de stilte valt rondom mijn geest een bronzen ring het licht sterft langzaam weg tot permafrost
er zwerft muziek in mij over mijn smeltend ijs nooit beluisterde melodieën dolen langs mijn vreemdste einders
nu boetseert de stilte mijn geest tot een druipsteen waarop de druppels licht mijn tijd scheppen
*
MIJN ROEKELOZE GELUK
mijn roekeloze geluk was nog jong toen je verdween in het lege woud van het voorgoed vergeten ik luister sindsdien als een blinde naar de schaduwen van je stem
*
WEET JE NOG
weet je nog het zaad van mijn verlangen kiemde merels zongen gedachten in mijn hoofd grassprieten steelden mijn naakte lust ik was nogmaals natuur
ik vergat het bijna hoe mijn handen boten grepen uit de oceanen hoe ik de luchten aflikte tot de smaak van porfier mijn keel innam hoe ik uit de nevels een god boetseerde
ik weet het mijn vader beweegt in mijn geslacht hij zal niet sterven zolang mijn zaad zwerft hij drukt mijn handen op het levende ik grijp weer naar de mantel van het noorderlicht
weet je nog hoe we elkaar aanraken wilden samen in het samen
samen
samen
waarom vergaten we toch?
*
ALS IK DE STERREN ZIE
als ik de sterren zie besef ik dat zij mij mijn ogen gaven als ik voel hoe de zon me koestert weet ik dat ze mij mijn hart gaf ik ben niet meer dan hemelstof zwevend naar de afgronden van het oneindige
waar de dromen engelen worden zal ik de tekening vinden van mijn schaduw in het zand van een vergeten planeet ik weet dat daar mijn stem werd geboren in een kosmische trilling toen het universum mij het woord schonk
*
HET CHRONISCH VUUR
het chronisch vuur vervonkt in mijn lenden het laait niet meer daarvoor zijn mijn dagen te oud nu wil ik een rust een schoot waarin ik weer mijn embryo word een overvloed van licht om mij terwijl mijn geest verduift in witte veren
*
TOEN DE REGEN ...
toen de regen de velden verliet verdween ook mijn melancholie in de kelk van een boterbloem ontdekte ik de weerschijn van het heelal verborgen in een druppel
*
ZIE STERVELING HOE ALKIBIADES …
zie sterveling hoe Alkibiades door de eeuwen rent het schild van Athena voor het gespierde lijf het klievend zwaard van de vergelding geheven
aan het banket van de overwinning troont hij midden de machtigen van de aarde midden Perikles de verhevene en Sokrates de wijze overvloeiend als de wijn van welsprekendheid oorlogstaal mengend in het vat van de moraal met Olympische zwaarden
vanuit de groene dalen van de Peleponnesos rukt hij weer op in zijn gouden harnas omringd door de leugens en het verraad der vergelding de verleidelijke held waarom sterft hij niet voorgoed in de armen van een Corinthische hetaere
*
ALS IK VERSTOMD STA…
als ik verstomd sta voor de verscheidenheid van de natuur zeggen de woordvoerders van het volk mij hoe dwaas ik ben omdat zij willen dat alle mensen gelijk zouden zijn zij geloven dat hij anderen misprijst die in de vervreemding de verscheidenheid herkent waarom zou ik vreemdelingen haten ik vreemdeling voor mezelf
*
WAAR LIGT DE GRENS
waar ligt de grens tussen mijn illusies en mijn dromen weet jij het mijn liefste ken jij het antwoord je leefde naast me je verborg je in mijn schaduw je straalde je licht over me herinner jij je nog onze verrukking toen ik witte schepen plukte uit de purperen herfsthemel toen mijn ogen zongen en mijn handen je gezicht in de wolken tekenden
herinner jij je mijn illusies nog wat weet je nog van mijn dromen nu ik herinnering ben
*
IN HET ZACHTE VERKWIJNEN …
in het zachte verkwijnen van de herfstavond verlamt mijn gevoel tot koelte er is geen ontkomen aan dat verweken ik ben zelfs niet eens een vallend blad ik ben als een embryo verdoold in stilte
mijn vingeren bewegen voor het eerst in de engte waarin ik wacht op de spasmen mijn hoofd geklemd in mijn eenzaamheid ik weet niet meer hoe het was geboren worden in september
*
ALS HET KRISTAL ZAL BREKEN
als het kristal zal breken van mijn geest berg dan de scherven in de beker van je handen
laat iedere prismasplinter van innigheid doorglinsterd overleven in de iris van je ogen
zo blijf ik nog in jou vergruizeld en voorgoed gezeefd want niemand is mijn geest zo naderbij geweest
*
ALS DE GEEST NADER SUIST
als de geest nader suist uit het onbekende areaal begeleid door schitteringen van zwervende herinneringen beleef ik het lang vergeten mijzelf in een vervreemd toenmaals
terwijl uit de overkant van het ongeremde worden de tijd naar me toeschuift met de sprankelende beelden van een herwonnen jeugd opent zijn gouden hand de grens van mijn tijdeloosheid
*
LAAT MIJ NU LUISTEREN …
laat mij nu luisteren naar het harpellen van Chopins twaalfde nocturne mijn vingertoppen trillen en mijn hart vibreert het spel der klanken zweeft en tuimelt het zinkt in mij en fladdert op nu is het onbereikbare dichter bij me dan een vluchtige zoen
*
MAAR NEE DIT IS DE LAATSTE BRUILOFT NIET
maar nee dit is de laatste bruiloft niet er blijven rozen wachten in de tuin op betere dagen ik zal de sterren van oktober nog wel zien en wakker worden naast mijn warme vrouw ik zal nog langs de appeloogsten wandelen terwijl de herfstwind weer zal ruiken naar ontloofde bomen als langs de dreven kastanjes uit hun holsters rollen zal iedere stap naar ‘t dorp als vroeger klinken de mensen zullen zoals eerder met me praten in ‘t zonlicht zal ik nog een schaduw hebben en ik zal ‘t lieve leven loven dat mij toch gunt bij hen te blijven
*
IK HEB ALLE WEGEN …
ik heb alle wegen van weemoed versperd met jonge eikenstammen het loof schiet uit hun schors het kondigt verscholen krachten aan waar ik mijn naakte voet zet op de plaveien kruipt het onkruid voor me weg het gezegende water dat sprakeloos wachtte stort op me neer uit het moederbekken het laatste giftige blad spoelt van mijn schouder ik ben terug onkwetsbaar in mijn mond groeien weer klanken terwijl mijn geest wegwandelt tussen de schermen van de oervarens van mijn Paleolithicum
*
JE HAD GEKRULDE HANDEN
je had gekrulde handen waarmee je de nautilusschelp aan je zoute mond bracht de zeewind kleefde een hemd van zandkorrels op je huid als ik mijn arm om je lenden schoof schuurde ik het zeezand van je af je voelde aan als een mensgrote vis ik vond je mond dicht bij de schelp wij ademden toen nog driftig elkanders adem bij iedere golfslag je natte kneukels dicht bij mijn wang het was haast herfst en heerlijk koel
*
TOEN ZE BIJ MIJ KWAMEN
toen ze bij me kwamen mijn zoon om mijn dood te melden mijn vrouw voor het afscheid was je in hemelsblauw licht de onbekende van de boodschap ik weet zeker dat ik je silhouet zag
tegen een onbeschreven muur was je voor me een nieuw teken ik las je glimlach hardop voor mezelf je loste niet op in het visioen terwijl de anderen verdwenen bleef jij voorgoed de enige aanwezige
*
OP DE KIEZELS VAN HET STRAND
op de kiezels van het strand wij twee alleen de grijze lucht ademde vocht op ons een helikopter knaagde zich een weg een valscherm tuimelde over de buildings ginder knipperde een gele palmboom naast een leeg winkelraam
wij lagen tegen elkanders friste te wachten op het niets een golf stortte zich naar ons een watermuil een zuil kletste op ons naakte lijf schelpen ritselden in schuimwaaiers de kiezels schitterden zwart
mijn ogen ontmoetten de jouwe secondenlang je bleef even mijzelf
ergens was het maandag
*
ALS IK STERF …
als ik sterf weet dan dat ik op je wacht mijn zoon mijn dromer over wie men het hoofd schudt omdat hij steeds elders is met zijn geest ik wacht op jou en waar ik ook ben in de kosmos je zal me vinden want jouw wegen zijn de mijne sinds je geboorte ben je meer dan woorden je hoeft niet te spreken om het ongekende te onthullen je raakt al wat leeft aan met je onrustige handen je dolende geest is alsmaar op weg naar het absolute zoek me mijn zoon, zoek me met al je gaven want ik heb nood aan je, laat me niet alleen ik ben oud, je mag mijn gids zijn, je mag me steunen met je arm om mijn schouder zolang je maar wilt