INLEIDING

Wouter Noordewier is erg begaan met de Zuidamerikaanse
poëzie. En dat is dan nog een eufemisme voor bezieling,
betovering, charmering. Hij is immers een fervent en uiterst
gedreven vertaler van gedichten, die hier in Europa dat zovaak
claimt “de kunst van het woord” te hebben uitgevonden, tot voor
kort onbekend zijn gebleven. En dit ten onrechte. Want de
Europese lezer die ook maar sporadisch begint kennis te krijgen
van wat er in dat continent sinds vele jaren al geschreven is, valt
van de ene verbazing in de andere. Dank zijeminente vertalers als
Peter Nijmeijer, Marco Fondse, Theo Hermans, André en Bart
Droogers en vooral August Willemse is er gelukkig de laatste
decennia heel wat belangrijk materiaal voor de Nederlandstalige
lezer beschikbaar gekomen. En het resultaat daarvan is ronduit
verbluffend te noemen. Een ware schatgraverij. Ook Wouter
Noordewier is zo een schatgraver die ons door middel van zijn
vertalingen en zijn passie voor de Spaanse taal wat meer wil laten
opblinken van de charme van de poëzie in dat reusachtige
continent. Hij deed dit reeds voorheen in Kruispunt en ook in een
heuse volledige bloemlezing “Met de dood speel je niet”
uitgegeven bij De Prom in 1996, een onooglijk klein boekje met
niet minder dan 120 vertaalde en opgegraven schatten uit het rijke
poëzierepertorium van het Zuid-amerikaanse continent.
Ook Het Prieeltje mocht zich in 1994 reeds de gelukkige hoeder
prijzen van juwelen afkomstig uit dat uitgestrekt gebied.
Noordewier stuurde indertijd een uitgebreide selectie naar onze
uitgeverij met de bedoeling enkele ervan (of alle) te publiceren in
onze toenmalige periodieke publicaties. De publicatie bij De Prom
doorkruiste onze alleredelste intentie, zodat we uiteindelijk dat
project noodgedwongen moesten afblazen. Maar gelukkig niet
helemaal. Met de kruimels die van de publicatietafel zijn gevallen
viel er tot onze grote vreugde nog heel wat te restaureren. Het
resultaat prijkt nu in dit nummer. “Dagboek van een verleider”
werd bij ons weten tot op heden nog niet gepubliceerd. Het
bevat gedichten van minder bekende namen die echter qua frisheid
en resonantie zeker niet moeten onderdoen voor de grote illustere
figuren zoals Borges, Benedetti, e.a. Ook op deze gedichten is van
toepassing wat Wouter Noordewier schreef als inleiding bij zijn
mooie collectie “Met de dood speel je niet”. “Het zijn gedichten
vol irrationalisme, symbolisme, surrealisme en sociaal engagement.
Het is poëzie zonder strak metrum, rijm en leestekens. De thema’s
zijn wetenschap, industrie en de metropool (Buenos Aires, Sao
Paulo, Mexico City, e.a). Zij vormen een ware breuk met de
eeuwen opvolging van het moederland Spanje en het romantisch
epigonisme.” “Dagboek van een verleider" gekozen als titel van
deze Zuidamerikaanse pareltjes wil geenszins een thematische
verbondenheid waarmerken.  Het is nl. de titel van het korte
gedicht van Leopoldo Maria Panero dat eerder toevallig om zijn
welluidendheid gekozen werd als didactische synthese van een
kleine, losse verzameling.  Meer niet.  
City, State
Dagboek van een verleider
Copyright © 2004 't Prieeltje Online. All rights reserved.
Webmaster:
Henri Thijs