Angst was geen doodsbang vogeltje tussen duistere muren, ook niet het nachtelijk kraken van het hout, en niet de maan, die ineens in de kast wegzonk, of de wind, in de gordijnen gedoken. Angst was een verrukkelijke duizeling voor het allerreinste altaar van Mei en rook naar kamperfoelie en violieren. Het was een tafelkleed van gesteven linnen met tokkelende engelen in de zoom. Het was mijn moeder die het boek der martelaren vurig en vastberaden opensloeg. Haar stem, helder als een spiegelscherf, spijkerde zich in de middag. “Alfonsus Maria van Liguri verhaalt ons...” Met geschokt gemoed, in de ban van het verhaal, hielden we zelfs onze adem in. De knieën kregen strepen van de harde vloermat. Onder stilzwijgende goedkeuring van de hemelse verschijning - met haar loshangende tuniek van verschoten blauw, het haar golvend en hard als de zee en die mooie ogen van een uiterste zachtaardigheid - overweldigde de lectuur ons, ontvouwde zijn troebele verwikkelingen. Nooit konden Poe, noch Bécquer, zelfs Lovecraft niet, zich meten met de stem van mijn moeder die vroom en minutieus voorbeeldige straffen en verrukkelijke verschrikkingen uit de doeken deed.
* * *
Carlos BARRAL (1928-1991)
SILVA VAN SIRACUSE OF BOS VAN PALERMO
Met gefronste wenkbrauwen tegen een mooie naakte vrouw schaken Je de manoeuvres van de marineopleiding herinneren en je je verbeelden hoe het strijdtoneel in vlammen opgaat Verspilde wijn langs de oevers afruimen en als een vogel laten rondzweven De sterrenkaart van het zuidelijk halfrond hebben bestudeerd door de ramen van een lijkenhuis Je laten bedotten door de Yankee vrouw van een Braziliaans psychoanalist Je laten opjagen. Je vergissen bij het schaak van toren en loper en een nieuw partijtje beginnen. Zware sigaretten eisen, hoesten en levendig converseren over de terugkeer En zonder heimwee, misschien, veel van een dreigend verleden houden.
* * *
Louis Alberto de la CUENCA ( °1950 )
Waarin de dichter zijn overvalster verzoekt schaars in het zwart gekleed terug te keren
SONNET
Een avond, na de inzameling van de fiches, vond je mij aan mijn gebruikelijke tafel en zonder een woord te verspillen ontnam je me ik weet niet mijn beurs of mijn leven. Ik herinner me de opwinding van je komst en, daarna, niets meer. Lieflijk kontrast, me wel de aangevlamde liefde te herinneren en de grootte van de wond te vergeten ! Dood of levend, als jij meer geld wilt, loop dan even binnen bij een lingeriewinkel en besprenkel je huid met donkere zijde. Ik ga je namelijk de hele wereld geven als je mij in het zwart overvalt, mijn liefste, en me overweldigt met je nacht en zinnentuimel.
* * *
Luis Alberto de la CUENCA ( °1950 )
OP EEN THEMA VAN J.M.M.
Ik wil niet gelukkig zijn. Ziek ben ik van al het geluk dat ik kreeg. Het verveelt me dat de mensen van me houden en de goden me beschermen. Ik wil van feesten geen middelpunt meer zijn en zie af van al de macht die geld en afkomst bieden. Ik wil je niet naast me zien, in de cabine van mijn auto, vergulde en glimlachende waarzegster van mijn geheimste wensen. Het amuseert me niet meer dat mijn vrienden de blankheid van je handen uitbundig prijzen. Ik walg van overwinningen, de reizen naar het hiernamaals, de dolk van het vernuft, de liefde, de tuin der lusten. Ik wil de matte troosteloosheid die pijn met zich meebrengt, en wanhoop. Al dat geluk bij elkaar maakt me doodziek.
* * *
Leopoldo Maria PANERO (°1948 )
DAGBOEK VAN EEN VERLEIDER
Het is niet je schede die ik in jouw kunnen zoek maar de vervuiling van je ziel: wat nog niet heeft geleefd met alle modder van het leven ontmaagden.
* * *
Jenaro TALENS ( ° 1946 )
GRAFSCHRIFT
tondel hebben ze van me gemaakt uit onzichtbaar vuur Francisco de la Torre Ik was een oude troubadour, en vertelde verhalen. Mijn naam zegt jullie niets. Ik vertel alleen wat ik deed omdat dat mijn verzen uitvaardigde niet mijn kleingeestige leven, met zijn verdriet, en nietigheid. Dat stierf met mij, en hier ligt het, naakt als ik, onder deze steen.
* * *
Anibal NUNEZ (1944-1987)
DE TIJGERJACHT IS NIET ZO ALLEDAAGS IN INDOCHINA
De tijger richt niet zoveel schade aan als voorheen: op het geweervuur van onze karabijnen trekt hij zich geschrokken terug; en trouwens biedt het grote aantal wilde buffels dat er in de jungle loopt de katachtigen overvloed aan voedsel Hoewel ook de honden van de jagers hen af en toe als prooi dienen... en een enkele Annamiet op een te riskante wandeling Daarom heerst er in de kolonie de mening - min of meer juist - dat als men op jacht gaat het gezelschap van een inboorling raadzaam is: want als er een tijger verschijnt prefereert hij de inboorling als aas.
*
VEILIGHEID IN VERSCHILLENDE HAVENS
Langs de zee die onze strandhut overspoelde en op de zeekaart die in je kamer hangt bakent een stippellijn de zone af waar het verboden is je anker uit te werpen zolang er mijnen zijn en het postuum gevaar bestaat dat de liefde ontploft.
* * *
RAMON IRIGOYEN (° 1942 )
DICHTKUNST
Every poem an epitaph (T.S. Eliot)
Is een gedicht geen steen naar je hoofd - en dat tegen de slaap - dan is het een lijk van dode woorden als het geen steen is die zich uit trefzekere slinger in de slaap boort en er al een dode gevallen is.
* * *
JEAN LUIS PANERO (° 1942 ) : TWEE GEDICHTEN
VOOR HET STANDBEELD VAN DE DICHTER LEOPOLDO PANERO
Dichtende zuipschuit als Darfo, zo omschrijft Oreste Macri je in de laatste druk van zijn bloemlezing. Natuurlijk onthult hij niets nieuws, de kwestie van je drankgebruik zette tongen eerder in beweging en bovendien is de vergelijking met Darfo nogal eervol. Ook werden je heldendaden in bordelen bekommentarieerd en plegen enkele vrienden ze aan te halen opgesmukt met schilderachtige details ( maar dat had je best wel geamuseerd). Wat de heftige uitbarstingen van je opvliegende aard betreft, waartoe melding gemaakt van wat we allemaal wel weten. Niettemin, voor de geschiedenis ben jij reeds: een oude Christen, ridder van Astorga, onvergetelijk echtgenoot, verdediger der rechtvaardigen. En ook in dat alles steekt een element van waarheid. Ongetwijfeld was je een zeldzaam mens en gesoigneerd persoon. Rood voor de een, vriend van Vallejo, veroordeeld in San Marcos, en fascist voor de ander, vriend van Foxa, Franco-gezind. "De trouweloze horde der Panero's, de nachtegaalmoordenaars", zoals Neruda toornig schreef. En je laatste jaren - korpulent en skeptisch - met je Engelse pakken waar je zo op gesteld was en je whiskey in de hand, werkend voor een Nooramerikaanse firma. En jaren later heilig verklaard in tijdschriften en boeken (behalve Macri's vermelding), tal van huldeblijken en de Leopoldo Panero-straten en de Leopoldo Panero-gedenkstenen en de Leopoldo Paneroprijs en de Leopoldo Panero-school en je beeltenis te midden van andere roemruchtigen aan de plechtige muren van het gebouw van Het Genootschap van Letterkundigen en tenslotte dit standbeeld van Leopoldo Panero dat ik op een ijzige namiddag sta te aanschouwen terwijl het in de verte op de Teleno regent. Werkelijk, ik zou wel eens willen weten, staande tegenover jouw nobele kop van Romeins patriciër, of de doden enigermate hun gevoel voor humor bewaren en of jij, "geworteld dichter" "dichter van de hoop" " gentleman uit Léon" "mens met een mysterie" "vooraanstaande bard" "glorie van onze letteren" etc., etc., etc.... (wat elke stommeling kan schrijven) met je stenen boek op de knieën en je verzonken ogen - ongemeen figuur - of jij ironisch en afstandelijk kunt glimlachen met jouw op voorhand verloren strijd in je achterhoofd. Dat wens ik je niet zonder zweem van afgunst toe - in Spanje is doodzijn een benijdenswaardige luxe - op deze avond in je huis terwijl ik me een whiskey inschenk waar in het zware glas van veelbekrast kristal de hooggeschatte alcohol en jouw eerstgeboren zoon ( uiteraard minder hooggeschat ) op jou - ik maak geen gebbetje - hun welgezinde toast uitbrengen
*
UN ETRANGER
Het geeft je een zekere melancholie, een decadente treurnis - een literaire natuurlijk - net als sommige liedjes uit het interbellum of bepaalde verloren bladzijden van Drieu La Rochelle, zo'n man alleen te zien, afgezonderd en ongenaakbaar, aan de toog van een internationaal opgetutte kroeg. Op die wat onbestemde leeftijd, vaag als het licht om hem heen, wanneer iemand niet meer jong is en ook nog niet oud en zijn nederlaag toch al in de ogen getekend staat als hij met een bestudeerd gebaar zijn sigaret aansteekt. De vele grijze haren en vele bedden, 'n nadrukkelijk buikje door het Engelse overhemd nauwelijks verdoezeld, het beven, nauwelijks zichtbaar, van zijn hand om het glas, maken deel uit van de schipbreuk, eb van het leven. Een man die wacht, wie zal zeggen op wat ? en die al inhalerend, met uitgedragen onverschilligheid kijkt naar de flessen voor hem, naar de in een spiegel weerkaatste gezichten, alles met de specifieke onwerkelijkheid van een foto. En het is zelfs iets treuriger nog, diepe onderdrukte zucht, in de bodem van het glas - magische kaleidoscoop - te zien dat jij, onontkoombaar, die man bent. Dan blijft je niets dan een skeptische, afstandelijke glimlach, - al vroeg aangeleerd en na jaren nog bruikbaar - dan je glaasje met flinke teug te ledigen de rekening te betalen terwijl je een taxi belt en met banale woorden afscheid van jezelf te nemen..