ANTI-HOLLANDIA door Frans Van Holland
ANTI-HOLLANDIA
(47 kwatrijnen)

"ANTI-HOLLANDIA" is een in 47 kwatrijnen gevat gerijmd protest tegen
een triomferend soort van postmoderne, wereldwijde (sic), verbasterde
batavieren,getrouw opgetekend uit de mond van de Maas en de Rijn
vertaald uit het Merwedens in vrij A.B.N.als schotschrift gericht tegen de
schuinmarcheerders die op dit ogenblik het roer van Holland & Omstreken
trachten te bemachtigen.

ANTI-HOLLANDIA

1.
er brandt een heftig gedicht in m'n rechterhand
amper weet 'k nog wat 't worden moet
iets gericht tegen de batavieren van mijn vaderland
met rijm waarom niet, jambe, ritme en voet

2.
met rijm is wel zo spannend leuk
't zou er dan nu van moeten komen
in Hol-lowland rijzen hele mooie bomen
de mooiste vind ik persoonlijk de rode beuk

3.
kan me niet schelen hoe de woorden vallen
wel wordt 't een filippica, een hekeldicht
als de regels hier en daar maar hard knallen
op 't vaderland houd ik m'n kanonnen gericht

4.
de beuk aan de voet is er fluo-groen
en schiet weg in sappige modder
klauwen zijn 't van een hemelse griffoen
krachtdadig, reusachtig, geen geklodder

5.
in het Merwedense stond mijn wieg
daar waar Vader Rijn en Moeder Maas elkander kussen
in de anus van Europa, op 'n eilandje daar ergens tussen
Noord en Zuid, sterven zou ik als ik lieg

6.
op de hoek bij Jan de Witt, kan 't karikaturaler
ja op een brug ook nog, wie doet 't mooier
onder geëerbiedigde platanen sprong ik uit moeder's ooier
die bomen stierven, die straten werden alsmaar valer en kaler

7.
een gedicht van ellenlange vellen
tegen Nederland m'n vaderland
geschreven met de rechterhand
o Polderland pas op Uw tellen

8.
een zompen korst drijvend op grillig water
een zwevende kluit op onberekenbare golven
onder eigen uitwerpselen bedolven
iedereen is er z'n eigen alleshater

9.
o wij Hollanders, lange palen slaan we in het leem
en hijsen de vlag in top o zo snel
blasé tatoeëren we ons varkensvel
van schroom geen sprake noch sprankje zweem

10.
beu heien we betonrot in het veen
en hechten denken we zo het land vast
beuken bezitten een glanzende gladde bast
hoog gaan hun takken de hemel heen

11.
het zijn niet deze betonnen nagels
die het land bijeen houden
het zijn de levenden, de gouden
Jan Jansens en ex-Jan Hagels

12.
een land ligt vast aan z'n mensen
als 't moet woedt er morgen een vloed
spoelt de varkensstal schoon in grote spoed
de Hemel hoeft 't maar te wensen


13.
een land ligt verankerd in geest
alleen zo ademt 't vrij en fris
in z'n element op de wereldvis
Leviathan, dat meester-beest

14.
een modderkorst vlottend op brakke baren
als 't moet woedt er morgen grote vloed
weggespoeld m'n vaderland voorgoed
verdwenen de straten en de laren

15.
wat fluistert Rijn als hij zijn Maas ontvangt ?
"kom hier mijn lief, laat je duchtig beminnen
op jou heb ik m'n vlam gezet m'n ziel m'n zinnen
mijn zoenen zijn 't heftigst en duren ’t langst

16.
op de toppen van de Alpen word ik telkens geboren
tomeloos tuimel ik naar beneden
naar jou toe, jong en machtig m'n leden
met mij meisje begin je pas echt te gloren

17.
de zalm legt in mijn schoot z'n eieren
verrast bezoekt de beluga mijn oevers en kastelen
met jou wil ik wel alles delen
vanaf Hoek van Holland tot achter in Beieren

18.
geboren word ik alleen om jou te treffen
bijna aan het einde van de rit
steek ik jou, mijn Dame, aan het spit
om ons beiden in vreugdegloed op te heffen

19.
je trekt me aan, door jou word ik gekromd
dorstig ben je naar m'n onstuimige goten
verdrink je dan in m'n wilde vloten
hier meisje, pak aan, m'n vlam heet prompt


20.
een lied wil ik voor je zingen
stromen doe ik alleen voor jou
laat me van je houden vrouw
aan mijn vingers wil ik je ringen"

21.
dit zangwerk hoort men het beste klinken
bij Slot Loevenstijn, op zomeravond langs het riet
ruizelt die melodie in snelle vliet
in koor door zwaluwen herhaald en door vinken

22
maar ook als Bora de rivier heeft lam gelegd
onder het ijs kun je het gezang nog altijd horen kraken
uit de mond zien braken van talloze waterdraken
een brand die wel nooit zal worden geslecht

23.
luister, de rivieren hebben iets te spreken
"tè lang reeds stromen we niet meer langs mensen
maar vernemen we van lege lui hun onnozele wensen
echte mensen zijn verdwenen hier in deze streken

24.
frikandellenvraters en krokettenhappers ja, bij overvloed
met hun vet vervuilen zij ons tere nat
herrieschoppers, replika's, gekloonde clownen zat
verdwenen de mensen die weten dit is fout dat is goed

25.
in de batavierse bochten en bolgen
poepen Bekende Nederlanders elkaar op de kop
Dante al noemde dit hel op-en-top
schimmen door eigen stront verzwolgen ( *)

26.
zogenaamde moeders wensen er de dood van hun kind
en verklappen schaamteloos hun haat voor het leven
afslachten, genen verkrachten is hen om het even
de Schepping wordt er niet meer bemind


27.
wij stroomen vloeien langs niet-meer-personen
langs onze oevers lachen de mensen allang niet meer
vandaag de dag geldt slechts gesel, leven doet zeer
die lui ontvluchten zichzelf en springen weg in klonen

28.
de zon beschijnt slechts holle lijven
de geest is van hen geweken
klompen kankervlees van zoutloze bleken
die onverzadelijk zijn en altijd zo zullen blijven

29.
ons water vloeit over smerig gras
de grond is gif met dioxine
't stinkt er naar de heroïne
goor rijst er gemanipuleerd vlas

30.
hovaardij is er troef, zo onnozel ook
zeker zijn ze van hun geld en zaak
slappe knoeiers schieten ze niet raak
voor open doel vervliegen ze in rook

31.
als soldaten van Oranje een vernederende blamage
o G.d! de geest is bij hen verdwenen
hun naam kan tot niets meer lenen
o Blunderland ! let op je kaasje !

32.
Rembrandt droeg mijn naam
mijn bloed inspireerde dichters en componisten
thans ontreinigen platkalige hedonisten
de gulpen van mijn faam

33.
aan de voeten van een Maagd wellen mijn bronnen
een koning van Frankrijk spande ik fatale strikken
drie rijken mogen mijn golven likken
bij mij is Charlemagne met Europa begonnen


34.
heiligen, helden en reuzinnen kruien onze stromen
voortgestuwd naar het Hollandsche Diep
alle bomen sterven, het begon met de iep
ondergang dreigt als bomen niet meer mogen dromen

35.
die luitjes denken nog dat ze echt bestaan
veilig achter de dijken van hun Big Brother paradijs
met onzin en kwasterigheid zijn ze wijs
laat ze dan verkeren die absenties in hun waan

36.
voor de mensen vloeien wij niet langer meer
onze groeten gaan naar Ans de koe en Theun 't peerd
de mensen hebben ons al lang de rug toegekeerd
met zelfdoding alleen maar zijn ze druk in de weer"

37.
o land zonder dromen
waarom moest het zover komen
gaan we allemaal kopje onder
gaan we allemaal naar de donder ?

38.
zwakke kak overal, prietpraat en flauwekul
de één braakt de ander vertoont z'n l..
nijd en haat walmen door de polder
in hun koppen teistert schunnige kolder

39.
m'n pen stokt, voor mij: leegte
vernietiging en verval
wat bezielt de batavierse menigte
wanneer stopt dit belachelijke gelal ?

40.
mijn toorn moet ik kwijt
in deze kwatrijnen
tranen voor de mijnen
spot zonder spijt


41.
heilige woede drijft m'n rechterhand
wie wil mij tegenspreken?
tegen U keert zich m'n pen vaderland
wie zal mijn veder breken ?

42.
weleer stroomden uw machtige rivieren
langs fraaie en vrome batavieren
wieken draaiden tulpen stegen
onder Hemel's heerlijke zegen

43.
op dit ogenblik zijt ge schimmen
bedolven onder geestelijk puin
faecaliën besmeuren uw kruin
wanneer begint ge weer te klimmen

44.
nog is mijn pen niet uitgeraasd
Mijnheer ! de geest werd door hen verbannen
gelijk sletten geraken er de mannen
hoempa hoempa iedereen blaast ernaast

45.
maar in de Maas huist de Muze
en in de Rijn vind je vanzelf rijm
la Meuse elle s'amuse
bij de Rijn valt ze in zwijm

46.
achter de duinen flonkert gras fluweel
pannen blinken oranje aan de kim
stallen schoon, geboend met zeep en vim
het vee glanzend één en al juweel

47.
paarlen linten slenteren en slingeren door het vlakke land
in de wilgen ruist de zon
Mies suft op de regenton
kluten keuren het stille strand, o wanne baal ! o Nederland !
_____________________________________________________
(*) De Goddelijke Komedie, Hel, zang XVIII, vers 115



terug naar boven