HOE SCHRIJFT MEN POEZIE ? Lexicon voor een
"eeuwig" beginnend dichter (6)
door Henri Thijs











BIJ WIJZE VAN BESLUIT

Gelukkig die weten dat achter alle
talen het onuitsprekelijke staat
dat van daaruit, naar welgevallen
grootheid op ons overgaat
(R.M. RILKE)

Het is met de poëzie en de kunst in het algemeen eigenaardig gesteld.  Niet
alleen omdat haar centrale thema
“het tragische en onherstelbare” is zoals
Janos Pilinsky beweert.  Of dat
“zij het huis, de slaapplaats en de leeslamp van
de maker ervan vernietigt”
zoals Remco Campert het raak formuleert.  Maar
wel omdat kunst en poëzie nu eenmaal meer vereisen dan loutere productie en
eventueel consumptie in een maatschappelijke context gezien.  Meer dan één
rechtelijnverbinding.  Om nogmaals Remco Campert te citeren:
” de kunst is op
het punt van ontstaan.  Dat is zijn enige punt, dat van ontstaan.”
 M.a.w. de
kunst ( = de poëzie) is osmose.   Dit betekent dat ze als een constant
vernieuwingsproces voortrazen moet op de (verroeste) sporen van het leven
naar een eindstation dat er geen is maar een tussenhalte, een even-ademhalen,
op weg naar een nieuwe bestemming die bij nader toezien ook weer vervaagt.  
De waarachtige dichter moet zich hiervan steeds bewust zijn en bestendig
trachten aan deze inherente renoveringsdwang tegemoet te komen door op zoek
te gaan naar vernieuwde stijl- en materiaalkennis.  Hij is het aan zichzelf
verplicht steeds opnieuw te verrassen om aan zijn poëzie de nodige impulsen te
geven die haar eeuwige turbulentie voldoende schragen en aan de stroom van
verwondering en consternatie, steeds dwingend aanwezig binnen haar
contouren, de vernieuwende bedding en de stuwende kracht te schenken.
Hoe dit realiseren is de hamvraag?  Eerst en vooral door het aangewend
materiaal: de taal.  Verbluffend hoe hij/zij er mee moet kunnen omgaan.  
Zonder aanzet, begin- of eindpunt, en een duidelijke begrenzing, moeten de
gedichten de wereld in blikken, onze wereld en die van de kunstenaar.  Ze
mogen daarom niet bewust geschreven zijn maar overkomen als de levensvolle
schaduw neergestreken op het papier.  Ze horen bezinkingen te zijn van de
levensadem op het papier van de tijd.  Als zielsroerselen gekweekt uit de
strenge bezinning over mens en maatschappij worden ze gekleefd, gefixeerd op
een perkament van protest en geweeklaag.  Uit hun verzen moet de koorts van
hun klachten opwellen en de wierook van de geliefdkoosde thema’s van de
dichter opstijgen als daar zijn:
-        
de verbolgenheid over de slaafsheid van het massa-individu;
-        
de walging over de mens als consumptiemedium;
-        
de verrukking om de filosofische mens op zoek naar het raadsel van het
weten;
-        
de pijn om het verwelken in de sleur van de alledaagsheid;
-        
de gelatenheid om het stoïcisme van het lot in al zijn facetten;
-        
de ironie en scepticisme om de zelfingenomenheid als
beschavingsziekte;
-        
het cynisme om de hypocrisie van het zijn.

Niet toevallig zijn dit zeven basismotieven die vaak éénzelfde basisgedachte
vertolken maar dan op suppletieve wijze.
Het omschrijven van deze thema’s moet gebeuren op een picturaal eigen
manier.  Zo worden ze eerst haarscherp
GEVISUALISEERD met een zeer
grote precisie voor elk detail, alsof ze werden geprojecteerd door een sterke
loep, ten einde de trekken die de specifieke thematiek weergeven op het
voorplan te brengen.  
Vervolgens krijgen ze een zeer functionele, esthetische en occultische
STILERING mee die de gedichten onttrekken uit de sfeer van de
karnavaleske maskerade waarin ze anders dreigen te vervallen.  Waar ze
functioneel ageert, is het geraadzaam dat deze stilering op een niet-
opdringerige wijze (alhoewel de stijl zelf soms kan schokken) de thematische
vertolking ondersteunt : zo kunnen bij wijze van voorbeeld
de verbolgenheid
en de walging
klankexcerpten toegemeten krijgen die duidelijk refereren naar
de opgewondenheid, kan de
verrukking dan weer het zachte geluid van de lente
laten weerklinken, het
verwelken een eentonige alliteratie van het groen op
standbeelden tonen, d
e gelatenheid doffe onomatopees van de berusting, en de
ironie en het cynisme beelden uit de herfst oproepen.
Waar de stilering
magisch wordt kan ze refereren naar de duisternis van het
mysterie en metaforen te voorschijn toveren die alluderen naar de grijsheid
van het onbekende van de ziel.  
De esthetiek tenslotte vertaalt zich in de
soepele emjambementen en de binnen- en buitenrijmen die de thema’s opblinken
met de noten van een wegdeemsterende symfonie.  
Maar, dichter en woordkunstenaar opgelet!  Laat je niet verleiden tot
overmaat en vermijd de overdaad van overdreven stoffering en weelderige
drapering van de verzen die misschien van aard zijn de boodschap en de
intenties van de gedichten naar een dwaalspoor af te leiden.  Want de
aangehaalde stijlfiguren kunnen soms verwaand de indruk wekken dat de auteur
zijn ideeën en gedachten wil maskeren om ze voor de goede snit en moraal van
burgerlijkheid en fatsoen in te kaderen in het interieur van onze
maatschappij.  Hoed u daarvoor!  Geen karikaturen, geen scheefgetrokken
kopieën van de werkelijkheid, geen maskers moeten worden getoond tussen de
lijnen van de edele woorden en zinnen.  Neen!  Duizendmaal neen!  Als
kunstenaar wil de dichter precies doordringen tot de kern der dingen en de
anatomie van de ziel onzer maatschappij beschrijven, m.a.w.
ONTMASKEREN
is de boodschap!  Aan de kaak stellen!  Geen leefbare patronen wil hij tekenen,
zeker geen vereenzelvigbare mimieken scheppen, maar ideeën, gevoelens,
gedachten, principes overvloedig ten tonele voeren.  Bewust van dichter W.M.
Roggemans levensprincipe die poneert
“ ook al ben ik niet te vatten, ik ben
mijn schaduw niet,en mijn spiegelbeeld blijft altijd een raadsel voor mij”
moet
de dichter naar voren treden als de magiër, de roeper in de woestijn van het
mysterie dat elke ware kunst als een fata morgana weerspiegelt.  Een sfeer
van mysterieuze scheppingen moet het licht zien door aan te tonen dat de
oorsprong van de dingen wel bespreekbaar maar helaas onzegbaar is.  In de
duisternis van het onbekende dat het leven is gloeien de ogen van het
satansvuur, van de demonische kracht die elke scheppingsdaad bezielt en bindt
aan het grote mysterie van het zijn.  Dat de hypocrisie van de maatschappij
wordt geschandvlekt met zijn onverklaarbare diabolische machten en
drijfveren  - ja de mens met zijn onmacht moet worden belichaamd t.o.v. de
gebreken en geneugten van het zijn - is de
ONWRIKBARE BOODSCHAP die
uit de gedichten hoort te stromen naar ons bestaan.  En vooral dan dat het
leven, niettegenstaande de donkere schaduwzijden van verbittering en lijden,
een eeuwige
PASSIE EN BEZETENHEID bezit, moet spreken en huilen uit de
diabolische, haast waanzinnige verzen gericht als vurige geweerlopen op de
lezers.  Kortom, de zinssnede
“het leven wenst een onbegrensde oneindigheid ”
van Nobelprijswinnaar Ivo Andric, moet met de woorden van de dichter
keihard worden gebeiteld in de ziel van de lezer.  

(geplaatst op 29-04-2004)

t
erug naar boven
© 2002/ 2006 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje
Online zijn trademarks van  Het Prieeltje, Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze site kan best
worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.