Thierry Deleu: “Mijn roots liggen in Harelbeke!” door Joris Dewolf
|
“Je roots liggen in Harelbeke,” zeg je altijd, “maar is dit ook zo?”
“Ja, ik weet dat je allusie maakt op het feit dat ik van Wevelgem kom, dit is juist,
maar ik heb in Harelbeke zo lang gewoond en gewerkt en actief deelgenomen aan
het verenigingsleven, dat het mij lijkt alsof ik er niet ben aangeland maar
geworpen.”
Ons gesprek met uitgeweken Harelbekenaar Thierry Deleu verloopt - zoals altijd
- verward, omdat mens en auteur zo bevlogen zijn. Op 69-jarige leeftijd maakt
Deleu nog plannen als een jonge snaak die nog een heel leven heeft te gaan.
Boeiend, onthullend, onthutsend.
“Ik ben niet bang dat ik je niets nieuw te vertellen heb,” lacht hij. “Ik ben nog niet
zo oud om slechts iets oud te herhalen.”
“Het gedicht Harelbeke dat je schreef voor de OCMW-triptiek aan het
Paretteplein een paar jaar geleden laat bij sommigen sporen na. Ben je je hiervan
bewust?”
“Sporen? Bedoel je negatieve reacties? Ik kreeg alleen positieve reacties door.
Ze zeiden mij dat ik Harelbeke en de Harelbekenaar megajuist geschetst had:
harde bast, gouden hart, rood bevlogen, opgetogen, kleien venten, matronen met
grote borsten, de vent drinkt, de vrouw staat haar man, muziek en woord op elk
banket op tafel gezet. Ik ben daar bovendien in goed gezelschap: Guido Gezelle,
André Velghe en ikzelf, wij beheersten hier de poëzie.”
“Er wordt al eens gesuggereerd dat je eigengereid bent en nieuwigheidzuchtig.
Is dit juist?”
“Met deze verwijten moet ik al een leven lang leren leven. In het begin
probeerde ik ze te pareren, maar dit lukt toch niet: de mensen willen jou niet zien
zoals je bent, maar zoals ze willen dat je bent. Ik lijd niet aan nieuwigheidzucht,
maar ik hou wel van uitdagingen, nieuwe projecten, nieuwe horizonten. Ik kan niet
lang een zelfde job doen, dat is juist, maar ik heb ook altijd de opportuniteit voor
een nieuwe job gegrepen: leraar, gedetacheerde leerkracht, intern pedagogisch
begeleider, parlementair medewerker, directeur, kabinetsattaché. En nu
gepensioneerde veelschrijver. Ik heb wel op tijd en stond mijn rust nodig en dan
kan ik ‘ongemanierd’ alle contacten tijdelijk opblazen. Maar ja, mijn toewijding is
altijd 120% en ineens ben ik opgebrand. Ofwel neem ik dan rust, ofwel verander
ik van bezigheid of uitdaging. Ik heb niet graag dat mensen - ook mijn vrienden
niet - op mijn deur komen kloppen. Omhels mij, heb mij lief, bewonder mij: dat kan
ik niet. Op afspraak, anders niet.”
Thierry Deleu en zijn vrouwtje Ginette spoelden in 2002 aan in Oostduinkerke,
bijna letterlijk, want ze gingen wonen aan de voet van de duinen, het strand en de
zee. Ook daar zit Thierry niet stil. Hij schreef er zijn vierde, vijfde en zesde
roman, twee gedichtenbundels en stichtte “De 50 Meesterdichters van de Lage
landen bij de zee”, een Vlaams-Nederlands dichtersgenootschap dat opkomt voor
de auteur en tegen de discriminatie van de minder bekende dichter.
Schrijven is aangenaam - zegt hij zelf in het gesprek -, maar het valt mij op dat
hij zich druk maakt om de discriminatie van de kleine auteur. Zo (be)noemt hij de
schrijvers die niet worden gesubsidieerd. Hij waagt zich zelfs aan het
herschrijven van het Decreet dat overheidssteun aan de literatuur in Vlaanderen
regelt.
Daarnaast probeert hij ook greep te houden op de werkelijkheid die hem omringt.
Naar zijn overtuiging zijn mens en werkelijkheid heel complex. De mens is een
mysterie en steeds is hij op zoek naar het eigen “ik”. Wie ben ik? Waar kom ik
vandaan? Waar ga ik naar toe?
Hij zet zich ook geregeld af tegen machtsstructuren die de mens conditioneren.
“Heb je geen heimwee naar Harelbeke? Je was daar toch ‘iemand’, zowel als
leerkracht, schrijver als politicus.”
“Neen hoor, een mens moet geregeld breken met zijn omgeving, om niet te
verzeilen in sleur en routine. En dit betekent helemaal niet dat ik mijn vrienden
van toen ben vergeten, neen, maar ik heb nu nieuwe. En nieuwe vrienden bieden je
de kans om te herademen, om je opnieuw te positioneren, om een ander leven te
leven. Jan van Herreweghe schreef eens dat ik drie levens leid. Dat is juist, maar
ik leef vooral leven na leven.”
Dit jaar verschijnt zijn zesde roman, Ode aan de liefde.
“Autobiografisch?”
“Zowel mijn gedichten als mijn romans zijn een mix van fictie en non-fictie. Ook in
deze roman is dit het geval. Ik beschrijf de liefde van een koppel dat ineens
uiteengaat, maar opnieuw samenkomt. Daartussen spelen verdriet, ziekte en dood
een grote rol.”
“Word je gelezen? Of beter: word je voldoende gelezen en gewaardeerd als
schrijver?”
“Zeker, het valt bovendien op dat mijn ‘bekendheid’ vergroot naarmate ik ouder
word. Misschien omdat ze denken: we zijn er bijna van af. Maar ook hierin
vergissen ze zich.”
Ook “Wie schrijft, die blijft” wordt dikwijls te berde gebracht. De auteur beseft
dat ook zijn eigen leven voorbijgaat. Met zijn werk wil de auteur sporen laten in
de tijd en zo een vorm van “onsterfelijkheid” bereiken.
“Ben je dan niet bang voor de dood?”
“Neen, maar ik zou niet graag veel pijn hebben als ik stervende ben. Dit geldt
voor iedereen, denk ik. Ik ben voorbereid: mijn testament is gemaakt, mijn
begrafenis is geregeld, zij die overleven, weten wat ik verlang.”
“Amai, dat is beangstigend.”
“Och neen, mijn vrouw zegt dat ik het voor het zeggen wil hebben, zelfs in de
dood.”
“Geloof je in een leven na de dood?”
“Geen commentaar. Zoals je weet, schrijf ik al vijf jaar aan een essay dat
antwoord zou kunnen bieden aan vele levensvragen. De publicatie is voorzien voor
2010 of 2011.”
“Heb jij het geloof teruggevonden?
“Welk geloof? Ik hoop dat enkele van mijn gedichten zullen overleven. À propos,
ik ben geen hermetische dichter, dat is onzin, ik schrijf glashelder voor wie
moeite doet.”
Deleu ontwijkt de vraag.
Toen hij zestig werd, moest het beste nog komen.
“Het had misschien te maken met het huisje in Frankrijk, dat mijn vrouw en ik
maanden, jaren na elkaar, huurden. Weg van de drukte, weg van de snelweg, weg
van dezelfde cinema van elke dag. Ik ben toen anders gaan leven en anders gaan
denken. Mijn werkwijze veranderde ook: ik schreef intenser en intensiever, met
oog voor detail en gevoel voor humor. Ik voelde mij daar als herboren, schoon
gewassen, ververst, ik kon de wereld weer aan, omdat ik uit mijn omgeving
afstapte en mijn vrienden herkoos. Wijlen Peter Blommé, een goede vriend van
mijn vrouw en ik, zei mij eens, jaren geleden: ‘Je moet af en toe aan de boom van
de vriendschap schudden, zodat de rotte appels eruit vliegen’. Hij had gelijk.”
“Ben je ontgoocheld in de mens?”
“Moeilijke vraag of niet soms? Neen, in sommige mensen wel natuurlijk, maar dat
zal wederkerig zijn. Ik ben een gelukkige mens, ik heb een liefhebbende vrouw en
ik zie ze graag, ik heb goede kinderen en schattige kleinkinderen. Ontgoocheld?
Neen, sedert wij in Oostduinkerke wonen, voelen wij ons elke dag in
kermisstemming. De zee, het strand, de duinen, de toeristen, de vriendelijkheid
van de inwoners brengen ons altijd in een hoerastemming.”
“Mag ik nog eens aandringen: mis je Harelbeke niet?”
“Wat wil je dat ik zeg? Ik gaf er les van 1962 tot 1989, - dat jaar werd ik
directeur van de Middenschool in Tielt, - ik woonde er van 1976 tot 2000, ik
speelde er toneel, ik schreef mappen teksten voor de lokale politici, ik zorgde
voor vernieuwing in de SP, ik had er veel vrienden, een groot sociaal netwerk. Ik
mis dat alles niet, maar ik denk er wel eens aan. Logisch toch?”
“Plannen?”
“Ik schrijf elke dag, uren bijeen, samen met Ginette doe ik veel daguitstapjes,
we zijn er altijd voor onze kleinkindjes, en anders zijn wij op reis, vaak
meermaals per jaar. Daarin een evenwicht vinden is de kunst en die kunst beheers
ik goed. Leven is méér dan schrijven, leven is ook liefhebben! En wie liefheeft, is
bang dat de dood daar een einde aan maakt. Dit is realiteit.
Plannen? Een nieuwe roman (2009), een nieuwe gedichtenbundel (2010), een essay
(2011). Momenteel werk ik aan een biografie.”
“Ja, over wie?”
“Top secret, maar hou 2010 in de gaten.”
“Dank voor het gesprek.”

© 2002/ 2009 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs. 't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 0032477794783. Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor de beeldchermresolutie van 1024 x 768.
|