UBBO-DERK HAKHOLT (1921-2005)
|

AUTEUR EN CULTUURFILOSOOF door Henri Thijs
Meesterlijke ironie, verrassend taalgebruik, erudiete persoonlijkheid: dit zijn de
ingrediënten die het kunstenaarschap van deze auteur uitmaken.
Deze sinds 1937 gedichten, korte verhalen en kernspreuken schrijvende
Noordnederlandse auteur blakerde van creativiteit en leverde een enorme productie
af van geschriften die de hypocriete maatschappij te lijf gaan.
Jan Derk Plenter (° 1921, Groningen), schuilgaand onder het pseudoniem van
U.D.Hakholt, was respectievelijk predikant, docent Niet-Westerse
Cultuurgeschiedenis en directeur van een Internaat voor Vormings- en
Ontwikkelingswerk met volwassenen. Hij werkte niet alleen in diverse delen van
Nederland maar ook op Nieuw-Guinea (Irian Jaya, Indonesië), en begeleidde talrijke
reizen naar Indonesië en Israël.
Als Ubbo-Derk Hakholt schreef hij gedichten, korte verhalen en kernspreuken, die
niet alleen in tijdschriften verschenen maar ook - samen met werk van anderen of
afzonderlijk - in bundels werden gepubliceerd.
Als dichter vooreerst nam hij de volgende uitspraak van onze betreurde Victor van
Vriesland als zijn lijfspreuk mee: "Aanvaard ik het weinige wat mij blijft gewillig./
'Alles of niets', beloofde ik mijzelf./'Alles wordt niets', antwoordde het leven grillig."
Het is op dat "weinige" dat in een mensenleven kan overblijven dat zijn gedichten zich
toespitsen. Maar de lezer merkt tijdens de lectuur op hoeveel dit "weinige" kan
omvatten, als het wordt bespeeld en verwerkt door de verbeelding en de poëtische
beschouwing.
Dezelfde ironiserende bedachtzaamheid die uit het citaat van Van Vriesland spreekt,
vinden we terug in zijn poëzie maar dan belichaamd volgens een zeer eigen visie. Het
is alsof hij mediteert, zich bepaalde (positieve én negatieve) gebeurtenissen
voorstelt, uitgaande van de eenvoudigste veronderstellingen, die vaak aanleiding
geven tot ingrijpende metamorfoses:
DE AARDE
Regen.
Neerslag.
De steeds zwaarder wordende ste-
den
zinken.
Op Hoog Bevel
worden torens en daken
ondergeploegd.
Geen rouw
en
geen feest
want
geen mens meer.
De aarde ligt week.
Zij herademt:
vrijer
(Uit: In Grensgebieden)
Zijn poëtisch jargon volgt steeds getrouw hetzelfde stramien: ironisch en vaak
bijzonder raak typeert hij de levenssituatie van de mens van vandaag in al zijn
verschillende geledingen en dit met aanwending van een frappante en zeer gevatte,
scherpe toonaard. Een grote dosis zelfironie, een zeer persoonlijk en uniek taaleigen,
een maatschappijkritisch engagement dat veelal verborgen zit in een filosofisch
statement, een originele beeldspraak vaak gestoeld op eigen geconstrueerde
taalconstructies, dit zijn de basiselementen waarmede hij de lezer te lijf gaat zoals
een voorbeeld uit meer recent werk ("Uit-vlucht") aantoont:
STOF IN DE LUCHT
Stof in de lucht.
Er is geen verhaal,
dat wil worden verteld:
de feiten staan stil;
geen personen
geen beweging
geen samenhang.
Verwaarloosde velden
met bruinende opslag;
verdorde heide
vol dode slangen.
Nee: losse papieren
met woorden en cijfers
liggen lagendik
op een bureau;
ramen gesloten,
geen zuchtje tocht
onder de deur door.
Stof in de lucht
(geen dwarrelstof).
Hoe meer men zijn talrijke bundels doorneemt, hoe beter men zijn eigen zegging
herkent: exact, gericht op het essentiële, niet toegevend aan de neiging tot versiering
of uitweiding. Zo zijn er gedichten die de lezer dadelijk treffen door een goede
vondst; andere openbaren hun volheid als men wat namediteert. Of hij de mens en
zijn lot nu ludiek bekijkt of de dramatiek wat accentueert: het gaat Hakholt louter om
die mens. De verschillende 'toonaarden' waarin hij het over hem heeft, bewijzen juist
zijn nooit aflatende belangstelling. Ook als hij een "ik" ten tonele voert weten we
alras dat het om een grotere algemeenheid gaat dan lief en leed van een individu, ook
al is dit de dichter. Als hij vaststelt dat:
De zon is mij nabij
meer dan
een dijend en krimpend heelal,
mijn maagzweer en het glaasje
melk
meer dan
De Melkweg
(uit: In Grensgebieden)
dan is de manier waarop hij dit fundamenteel menselijke tekort aanraakt, typerend
voor zijn zegging: met een wenk, die merkwaardig genoeg diep in ons zijn werk doet.
Zulke werkwijze vraagt vanzelfsprekend een meer dan oppervlakkige lectuur en een
geoefend oog ten einde ten volle te kunnen genieten van het vaak ingenieus
samengesteld taalkundig brouwsel waarvan hij onbevangen blijk gaf. In tal van
gedichten gaf hij aldus lucht aan zijn kritische visie op de maatschappij en op de
levensgebeurtenissen in al hun facetten. Onderhuids merkt men hierbij onbewust dat
hij daar ook een immens literair genoegen aan beleefde. Zijn taal klatert van de
goedlachse toespelingen op de werkelijkheid zoals die ons op vaak groteske wijze
omgeeft en met zijn veelal onlogische en wansmakelijke attributen verweeft. Hakholt
wist blijkbaar verdomd goed waar het schoentje wringt in de huidige sociale
werkelijkheid en spaart zijn kritiek niet op het zin- en smaakloze beeld dat ons wordt
voorgehouden van de huidige wantoestanden in de leefwereld van vandaag.
Haarscherp en met de nodige zin voor relativering ontleedde hij met het scalpel van
zijn taal de hypocrisie en het gebrek aan verbeelding in het huidig
maatschappijgebeuren, zonder te vervallen in pessimisme, maar stoïcijns en
onbewogen.
Hakholt was tenslotte ook een verdienstelijk auteur van korte verhalen. De meeste
verhalen die hij aanbood in talrijke verzamelingen zijn van wat men noemt "het
descriptieve type", d.w.z. dat de zielkundige motivering van de handelingen en
gebeurtenissen duidelijk de bovenhand krijgen en getuigen van een bijzonder scherp
inzicht en inlevingsvermogen in het handelingspatroon van de personages. Zijn
verhalen tonen nl. éénzelfde volgehouden psychologische benadering van dagelijkse
toestanden zo maar gegrepen uit de ons omringende werkelijkheid. Soms werkt die
benadering heel ontroerend en vertederend, dan weer is ze veelal cynisch en
maatschappijkritisch onderlegd waar ze praktisch alle gangbare zeden en gewoonten
flink op de korrel neemt en aan een grondig onderzoek onderwerpt. En steeds gaat
het om dagdagelijkse gewoonten en tradities die op zichzelf beschouwd niets
boeiends of belangwekkends te bieden hebben, maar toch door de pittige en nuchtere
verhaalstijl van de auteur tot een interessant leven gebracht worden. Zoals in zijn
gedichten wist Hakholt precies waar het om draait en maalt in de maatschappij van
vandaag. Zijn verhalen handelen over zeer herkenbare situaties en zijn daarom des
te prangender van aard omdat ze in hun juiste context worden geplaatst en taalkundig
uiterst nauwkeurig en scherp worden geobserveerd en vooral geboetseerd dankzij
het indrukwekkend arsenaal van spiritueel doorzicht en taalkundige bagage waarover
hij onbetwistbaar beschikt. De auteur overleed op 4 augustus 2005.
BIBLIOGRAFIE
Zijn palmares oogt indrukwekkend. We vernoemen enkel het poëziewerk.
- Aan de Rivier gevestigd (Het Prieeltje, 1986)
- In Grensgebieden (Het Prieeltje, 1989)
- Buiten staan temidden van (Servo, 1991)
- De heuvelen over (Het Prieeltje, 1992)
- Tijdens een godenschemering (Servo, 1997)
- Een mankepoot merkt (Het Prieeltje, 1998)
- Uit-vlucht (Het Prieeltje, 2001)




© 2002/ 2009 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs. 't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van Het Prieeltje., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 0032477794783. Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor de standaardschermresolutie van 1024 x 768.
|