ooit ontsnapt de zwaluw uit mijn gevouwen handen als ik hem volg opstijgend uit de wazige vallei vraag ik de geest wat ik sinds mijn geboorte ben voorbij de schaduwen van mijn afgronden te voeren op de veders van zijn licht mijn ziel zal vooreerst wild slaan met haar vlerken verloren in de streken waarvan de kennis mij door hem onthouden werd totdat in mij langzaam de zekerheid groeit dat ik het lang voorspelde thuisland nader zwevend in de herinneringen van mijn geboorte zal ik dan de bloemen zien van de verrukking de vreemde dieren van de verwondering vele wezens zal ik zien waarin ik gezichten herken zij volgen mij als door de kracht aangezogen van mijn geheugen in een verte voorbij alle leven zal ik mij begeven in een ruimte die geen ruimte is in een niets dat geen niets is met het beeld van mij van gespreide vleugels alleen als mijn embryo zal ik opgaan in een tijdloze sfeer naar mijn oorsprong
(geplaatst op 12-02-2004)
*
ALS IK NOG EENMAAL GA
Als ik nog eenmaal ga doorheen de poortgalm van het ginder vind ik je terug in een naakte zon het blonde lijf gebogen in een duinrug je schreeuwt mijn naam met ronde mond
je stem verstuift in neveldruppels - Waar ben je? Waar ben je nu? het zeeschuim schuurt de kiezels van een wolkenver strand de meeuwen krijsen duizend cirkels
kijk kinderen op schelpenjacht plukken de zeesterren van een verzonken anker zij wijzen mij de wegzwevende boot aan op de koraallijn tussen hemel en zee bet nu mijn ogen met je verstilde vingeren