GEDICHTEN VAN THIERRY DELEU

IN BALLINGSCHAP

Even blijf ik op mijn tak
verwijlen een vogel in
vrijwillige ballingschap
in dit toevluchtsoord

bereid ik woord voor woord
mijn laatste winter voor
herbegin mijn testament
op mijn tak momentopname

sla ik mensen gade
hij niet wetend hoe een jurk
los te knopen het meisje
innig blozend nu zij naakt

zich laat omhelzen kijkt
schaapachtig naar haar held
onhandige debutant
overijld evenbeeld.


AAN DE LEIE

Het meisje stamelt een mond
een geur van angst verpulvert
aan haar lippen als hij
ver van de opgewonden kudde

zijn hand tussen haar dijen.
Onder mij hangt de Leie
tussen fabrieken op zoals
een schilderij in een lijst.

Traag trip ik de trappen van
het bruggetje af als eensklaps
twee fietsers in beeld
ik vlieg tot op de leuning

een oude vogel onzichtbaar
in zijn laatste lichtelaaie
het meisje schikt zich op
het knaapje krimpt van schrik.


DE GEVEDERDE

Leek en ingewijde dief
en diefjesmaat vliegend oog
in een driehoek gespeet
hier vloekt men niet hier

hamstert de gevederde.
Hij is de ingewijde
die vele waarheden kent
van die geheimen zich

alleen het spel herinnert
en de regels. Hij is
de voyeur die zichzelf
uitknaagt tot nooduitgang

voor hoogtevrees. In dit
late licht vliegt hij op
zijn vlucht beweegt slechts
stilte ongeleed spoor.


PASTORALE

Zacht schuift het licht over
de bomen de warme dieren
luidruchtig de vogels
kwistig met voorraad stilte

de zon duwt zich ongezien
door een kier op het voorplan.
Als ik opvlieg tranende oogjes
in het mes van de wind

een jongen vel over been
met zijn handkar vol mest
zoekt naar zijn tweede adem
het meisje loopt rondjes

om zich op te warmen.
De hond houdt de staart
torenhoog boven het gras
klaar voor een nieuwe start.


TUSSEN LICHT EN DONKER

Tussen licht en donker op
een tot schemer verweven
uur kleine geluidjes
tussen dode vogels stilte

de jongen overstelpt haar
met knuffelhandjes het gras
lauw van het meisje gastvrij
onbewoonbaar ook met twee

het land dat zij ontsluit.
Ik teken een tak sporten
aan mijn boom in een zachte
regen maannachtblind loop ik

te zingen als een vogel.
De jongen richt zich op
spitst zijn oortjes als een
hond die onweer hoort.


IK DACHT MIJ EEN VOGEL

Toezien hoe de stad zich
zuivert van heks en wolf
aan de rand van het woud
patrouilleren stokebranden

rijksdag sprookjesbrand
een haastige hand rukt mij
uit de greep van de dag
verlossende omhelzing

de mist weet niet of hij komt
de zon of zij moet verdwijnen
alle vogels zwijgen
kijken in elkaars ogen

de stilte is in het land
ik dacht mij een vogel
een obsceen substantief
zieltogend ben ik mens.

Lees nog meer gedichten van deze auteur op deze site: klik hier!

terug naar boven
© 2002/ 2006 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje
Online zijn trademarks van  Het Prieeltje, Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze site kan best
worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.