Eric Vandenwyngaerden
ONDER DE ROOS: het debuut van Eric Vandenwyngaerden (*)
door Ina Stabergh

Waar mensen samen zijn is er altijd iemand wiens verhaal de moeite loont om op
papier te worden gezet. Als men de som maakt van de aantallen die de heilige
geest verwacht, zit de wereld vol ‘schrijvers’.  Gelukkig blijft het meestal bij de
uitdrukking: “Ik kan er wel een boek over schrijven”. Dichters spreken met
minder woorden, zij werken. Zij bouwen in ‘stilte’ gedicht na gedicht tot een
staketsel, stevig genoeg om het volle gewicht van een bundel te dragen. Sommigen
proberen jarenlang om hun gebundelde ‘staat van dienst’ bij een uitgever
te slijten. Anderen beseffen al vlug dat men in Big Brother-tijd zonder BV-
schap, of promotie dankzij ‘uitzonderlijke kenmerken of daden’ nodeloos zijn
tijd verspilt. Sporadisch brengen zij een ‘vrucht’ naar de markt om ze te laten
keuren door jury's en andere lezers, ze schrijven en herschrijven en wachten tot
ze zelf tevreden zijn met het resultaat om het aan anderen te laten lezen. Zo’n
stille dichter is Eric Vandenwyngaerden (°1955) uit Diest. Hij debuteert met de
bundel ‘Onder de Roos’.
Zijn jarenlange passie voor poëzie werd door zijn collega Wim Vermeylen,
leraar Nederlands op hetzelfde Atheneum, gestimuleerd.  In zijn ‘Voorproefje’
in de bundel (origineel alternatief voor het afgesabbelde ‘Voorwoord’) noemt
Wim V. de dichter “een rusteloze perfectionist die proeft zoals de
meesterkok met zijn vinger, drie seconden de ogen sluit, en fluistert: “Nog een
snuifje peper…”
“Schrijven begint soms van niets”, zegt de debutant in een interview met de
krant. “Een bedenking, een voorval kan aanleiding geven tot een gedicht.
Bijvoorbeeld een foto van de Incastad Macchu Picchu in Peru. Ik ben er nooit
geweest. Het gedicht, na een ‘vermelding’ bij een wedstrijd op mijn website
gezet, lokte toffe reacties uit zoals van de bezoeker die schreef dat het net
was alsof hij weer daar was”.
Eric Vandenwyngaerden is niet aan zijn proefstuk toe. Hij behaalde prijzen en
vermeldingen en publiceerde op meerdere poëziesites, in e-zines, en in het
tijdschrift Gierik & NVT. Na een lange zoektocht, selectierondes, wikken en
wegen heeft hij bewust gekozen voor een uitgave via ‘Het onuitgegeven boek’.
De jaarlijkse beurs wordt professioneel en toch gemoedelijk geleid door de
enthousiaste Martin Vandervelde, de cipier die in de belangstelling kwam met
een boek over het gevangenisleven en daarvoor gestraft werd. Pas jaren later
gerehabiliteerd. Na dat boek volgden nog een aantal even succesrijke boeken.
Martin V. wist dat zijn BV-schap had bijgedragen tot zijn succes als schrijver.
Hij besefte dat de grote meerderheid, bij gebrek aan zulke ‘nieuwswaarde’, zijn
werk nooit kon publiceren. Hij bedacht een plan en lanceerde het. (Inlichtingen:
www.onuitgegevenboek.be/)
De titel van de bundel ‘Onder de Roos’ zit boordevol mysterie, symbolen,
geheimen en een portie dagelijksheid waarin elke lezer zijn eigen verhaal leest.
De roos als rijke associatiebron die verwijst naar geurigheid, ontluiken, diamant,
mystiek en erotiek, maar ook naar doornen, woestijnen, vergankelijkheid, naar
jeukende netelroos en hinderlijke haarschilfers. Mogelijk vindt u nog meer
verwijzingen in Van Dale. Schoonheid en vergankelijkheid in dat ene beeld: DE
ROOS. Al na een eerste lezing van ‘Tekening’, in de openingscyclus
ONDERWEG, voelt men de drang om woord na woord de zinnen te herkauwen.
Hoe in een tekening de beweging van de tijd zichtbaar wordt, hoe alles beweegt
in cirkels van herhaling óf juist niet. Met de familie kraai, kauw en roek wordt
drie keer de trouw opgevoerd. Ook de familie Kafka voerde de kraai in zijn
embleem. Kafka als kauw in zwarte kleren.
Mogelijk zal later blijken dat Eric Vandenwyngaerden in het gedicht ‘Tekening’,
bewust of niet, probeert te schetsen wat hem bezig houdt. Mogelijk ligt hierin
zijn poëtica verborgen.

TEKENING

Als tegen lucht, donker
takken schudden onder waaien,
-vogels oefenen evenwicht
voor het vertrek -
zijn het dan roeken, kauwen, kraaien?
Geen afdruk want geen stilstand dan.
Als tijd vordert,
ademt zich de wereld rond;
als dag lijkt nacht,
maar ochtend opent mond, ontwaakt,
heb ik van dit een tekening
in lettertekens hier gemaakt,
nog haastig stilte in-gedicht;
want na het duister daagt weer licht.

Ook het gedicht ‘Lavendel’ in de cyclus ONDERWEG, nog warm van de
herinneringen, trekt de aandacht met bijna een synopsis voor een roman.
Herinneringen die, voor het te laat is, moeten worden opgesomd om een nieuwe
werkelijkheid te vormen, omdat de angst, om samen mét de oma ook de
herinneringen te verliezen, steeds groter wordt.

LAVENDEL

Zakjes in de kasten op de kamers,
muffe kamers, in het oude huis...
Oma-weinig-woorden
schreeuwt haar laatste angsten uit:
omhelst de klamme dood.
Glijdt van papier in rimpels.
Meer herinneringen:
geuren van lavendel,
met banaan geroosterd brood,
die enkele zondagmorgens
weg van thuis.
En in de trapgang - eenzaam -
kandelaren luchters en een
stille Singer nu geen voet
nog stoort: geen op en neer...
Maar ik ben vergeten
hoe de zakjes zijn geknoopt.

In het gedicht ‘Straateind’ in de cyclus GLASNEGATIEF volg ik met een gevoel
van tederheid een man en een vrouw die de boulevard aflopen.  Eerst zie ik een
man die achter een jong meisje aan loopt, even later zie ik een straatmadelief,
tot plots het beeld intimistisch wordt en de sfeer van thuis uitademt. Nog dieper
in het gedicht worden de frivole sporen uitgewist en volg ik met iets van
treurigheid het oudere paar dat na jaren van samenleven nu vervreemd is van
elkaar. De tijd die met één van beiden een vreselijk spel heeft gespeeld. Er is
alleen nog de geur die overblijft…

STRAATEIND

Herademing... o ja, zo ken ik hem,
ja zo is hij: die geur, dat lichaam
volgend tot het eind van de boulevard,
waar opgelucht hij knikt en knipoogt
na die winkelzucht van haar.
En als ze keren (hij, verdrinkend in zijn
stilte) denk ik - zoekend naar dat ver
gezicht waar hij nog steeds van houdt,
dat hij nog wil - wat moet hij toch in
deze stad met deze vreemde vrouw?
Heb jij nog duizend vragen, wat? Hoor
hem... heeft hij nog duizend dagen zat?
Hoelang nog wachten? Schrijnend schrijven,
wellicht schreien zal hij, diep in de nacht;
ik ken zijn zorg: hij draagt haar pracht.

HAVEN (Cambrils)

Als langzaam wijkt het zwart,
zie ik de zee, zo zout en heftig,
tegen de kademuren aan:
uit zwijgend groen
breekt het geluid; dan
smoort het weer in stilte.
Smoort het in stilte:
komen de vissers in
en glijden vissen uit,
kadavers voeren meeuwen
- krijsend treiteren ze wind,
ver van het hemelsblauw
staan geen wachters op de
torens (slapen dag aan flarden),
sparen zorgen uit en...
hoor, ze slaat weer
tegen de kademuren aan.
Tegen de kademuren:
de zee... nu golvend rustig,
schudt de kleurenrommel
van de mensenkinderen
gedurig af, gedurig aan...
En langzaam keert weer zwart.

Het gedicht ‘Haven’ in de cyclus DRAGERS, zit vol rustig begrijpen. Inzicht in
de kringloop van alle leven. Herhalingen versterken de rust. Volop genietend las
ik aan het slot ‘kleurentrommels’  i.p.v. ‘kleurenrommel’.  Een andere mogelijkheid
om de zee ‘kleur’ te geven.
Om te besluiten een gedicht van Eric, opgenomen in de DIESTSE
POEZIEROUTE (aan het begijnhof - 1 juni 2003), een initiatief van de L.C.K.
APOLLO.

KINDERKOPJES

De kinderkopjes voor de kromme
muur van zand- en bruine steen
met kruipend mos, tot brokkelende
leienrand, langs 'den beslooten hof’.
Voorbij 'het dael' waarin de rustelozen
wonen; waar zielen kermen vaak
en uren wegen wee als dagen…,
waar men hoort honderd klagen.
Die kinderkopjes dus... zij kloppen,
mopperen onder wielen.
Wij volgen hen het erf voorbij,
op weg naar rust (begijnerij);
nog even duwen dus...
Aan toegangspoort nodigt men uit:
'comt in... mijn suster bruyt’'

Eric Vandenwyngaerden, Onder de Roos, 2003, eigen beheer

Ina Stabergh publiceert sinds 1981 poëzie, romans en toneel. Ter gelegenheid van 150 jaar
Vincent Van Gogh bracht zij in Zundert ( geboortedorp van de schilder) haar VINCENT-
project ( CD met gedichten + muziek).

(*) Deze tekst verscheen eerder in Stroom nummer 9,  E-Zine van François Vermeulen.

(geplaatst op 19-08-2004)
Bundel te bestellen door storting
van € 12,00  (10 + 2 portkosten)
op rekening  035 - 4378476 - 34
van Eric Vandenwyngaerden
met vermelding:  'Onder de Roos'

Vanuit Nederland:
aanvragen via: eric_vdwgd@ pandora.be  
© design 2002/ 2004 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webmaster: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het
Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze
site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.