VAN KOP TOT TEEN MUZIEK:
Poëtische reflectie bij “DE CELLIST” van Daniëlla
Hasenbroekx
door Henri Thijs
Als het spiegelbeeld van zijn instrument slaat hij de cimbalen van zijn wezen dat in
de afdruk van een cello gedoemd is te vergaan.  Daarom is zijn hart een vioolsnaar.  
Zijn hoofd een en al oor voor het woord van de muziek.  Als een lakei klimt hij met
de strijkstok van zijn puntige voeten op een notenladder van de tijd.  Solsleutels
zijn zijn handen.  Zijn met klanken gestreken kostuum glimt als een paleisvloer in het
kasteel van een pas geschreven symfonie.  Zijn profiel: een grammofoonplaat op de
draaitafel van het publiek.  Hij is van kop tot teen muziek.  Een opengeplooide
partituur.  Een allegro in het concerto van het leven.  Een glissando van het heimelijk
doordrongen zijn brandt als een kaars in zijn gemoed.  Schaduwen van climax en
anti-climax flakkeren in zijn geest.  Op de brandstapel van melodieën voelt hij zich
ge-offerd.  Hij weet Tsjaikovski in zijn aderen, dweept met Beethoven en Bach en
verjaagt de vliegen van Berlioz en Chopin op zijn schouders.  Mozart is zijn
dagelijks ontbijt, Bruch de leerschool van zijn fantasie.  En hij gaat naar bed met de
mare van Ravels Bolero.  Over de zee van Debussy laat hij zich roeien als een wrak
en schuilt in Vivaldi's hobo d'amore voor de nacht.  Met Liszt breekt hij zijn
horizonten open en begeeft zich dolgraag met Carl Maria Von Weber op de
dansvloer van zijn hart.  Een muzikaal seksidool is hij: een homofiel en heterofiel
terzelfdertijd voor de charme van het lied.  Rond het thema van de passies ligt hij
als een cirkel begraven in zijn oor.  Zijn oog loert als een trommel naar de stokken
van ritme en melodie.
Los van de aarde staat hij als een toren boven de alledaagsheid van het bestaan.  Hij
zweeft en hangt aan onzichtbare vleugels van muziek, licht in zijn insectenpantser en
bedekt met en aluminium klankenfolie.  Gedragen op de schouders van toonladders en
notenbalken in een processie van eerbied voor de muziek, gaat hij aan ons oog
voorbij, ongrijpbaar als een transparant standbeeld in het park van onze
verzuchtingen.  En toch prijkt hij daar zichtbaar als een herinnering die een
witzwartverhouding onderhoudt met de geest van ons heimwee naar de blauwe lucht.  
Want zonder te vluchten is hij vluchtig, los van elke bezwarende densiteit en
graviteit.  Hij is aanwezig en afwezig op hetzelfde identieke moment van observatie.
 Zichtbaar in de onzichtbaarheid kleeft hij als een onbestaand etiket op
onontgonnen waarden en draagt van de taal der verbeelding een welbespraakte naam,
zo licht en stuurloos dat het geringste gesprek hem voortblaast uit het kielzog van
ons gulzig verlangen naar zijn vluchtige aard.  De door een viool samengeperste lucht
is zijn lichaam dat niet adembaar is - zelfs giftig voor ondeskundige longen - omdat
doordrongen van zuivere muzikale koolmonoxide in de hoogste graad.  Het door de
slak van zijn instrument afgeworpen vel is zijn huid.  Aan een zijden draad van een
celloklank hangt zijn leven.
Met zijn viool vormt hij een koppel dat kennelijk de grenzen van het eenvoudige
concubinaat overstijgt, maar duidelijk de allures van een eeuwig huwelijk krijgt.  
Heimelijk wijzen bepaalde "hoffelijke" schaduwen en "galante" trekjes, alsmede het
verleidelijk cachet dat de figuur van de cello vernietigend drukt, op typisch
vrouwelijke eigenschappen.  De cellist en zijn viool: huwelijkspartners, man en vrouw
in een vereenzelvigd leven.  Wat een droom !  Hoe heerlijk dit te mogen beleven en
de onderlinge afgestemdheid op elkaar te mogen doortrekken tot het uiterste.  In
dergelijke ideale symbiose loopt alles perfect gesmeerd en wordt de basis gelegd
voor een doorleefd leven in een gemeenschappelijke totale ingesteldheid tot in de
perfectie volgehouden.  Dit is het summum van wat een fysisch wezen zich kan
indenken op de paden van het maximale geluk en genot.  Stel U voor als man en vrouw
of liever als partners zo op elkaar afgestemd, als het ware gepredestineerd, zelfs
gedetermineerd zijn, dat alleen raakpunten, geen wrijvingspunten worden gecreëerd:
een ideale situatie die aan het ongelooflijke grenst.  Op elkaar passen als legkaarten,
elkaars evenbeeld zijn, samen een vruchtbaar en behaaglijk ensemble vormen, een
brandpunt van wederzijdse passies en geloof, nog veel meer: elkaars voltooiing zijn
in de hoogste graad en slechts MET elkaar in dat voltooiingproces groeien en
uitbloeien tot een homogene wolk van geluk.  Daar zijn geen superlatieven voor.  Dit
is de uiterste droomfantasie van de natuur projecteren met de kunst op het witte
doek van de allergrootste betrachting van het leven.  D.i. ook de hoogste exponent
van de gemotiveerdheid berekenen met de etsnaald van het menselijk fatum.  Dit is
artistiek nog veel meer: het is het ziekelijk huwelijkspatroon van de mensen genezen
door de therapie van de vereenzelviging van de mens met zijn roeping en zijn passies
en deze laatste laten opstijgen als een ballon van uiterste beleving in de
gemeenschappelijke lucht van hun streven.
Alles sublieme geur en maneschijn dus bij deze wondermooie creatie.  Alleen
honinggraat en snoep om van te lusten.  Een paradijselijke sfeer van ongeremdheid.  
Een artistiek "welleven" dat de reïncarnatie belichaamt van de mooiste droom en
surrealistisch de realiteit van elke dag vleugels van genot schenkt en een bestemming
die geen eindpunt maar eenstemmigheid is. Een leegbranden in, met en naast elkander,
en een rijzen uit de gemeenschappelijke as in de vorm van een absolute adem aan tijd,
noch ruimte gebonden, maar smeltbaar, oplosbaar, "evaporatief" aanwezig geacht in
de non-betrekkelijkheid van het psychisch streven.  Een miraculeus bijbels objectief
dat bovennatuurlijke, mythische proporties heeft.  Een Helleens klassiek model van
ingesteldheid en ascese.  Natuurlijk.  Maar ook doordrongen, onbewust, maar daarom
niet minder categorisch, van hetzelfde Helleens besef van verbondenheid met het lot.
 De cellist in al zijn meest gesublimeerde transcendenties draagt ook de contouren
van een duivelse tragiek op zijn wezen.  Zijn vereenzelviging met, zijn totale
ingesteldheid op zijn roeping en passies - met name de muziekbeoefening - doet
tevens in deze melodieuze euforie de ketens rammelen van de beperktheid en
bekrompenheid van zijn menszijn.  Hij is al te eenzijdig ingesteld op zijn beroep en
zijn passie om van dat prisma van veelzijdigheid en wispelturigheid, dat de "volledige
mens" bezielt, de kleuren te zien.  Zijn maximale gerichtheid, die perfectionisme in
beleving debiteert, is een doodsteek aan de ongrijpbare polyvalentie van de mens.  
Daarom straalt hij ook een flegmatisch licht en een verkillende sfeer van
ongenuanceerde eenzaamheid uit.

terug naar boven
© 2002/ 2004 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje
Online zijn trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze site kan
best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.