HET GEWICHT VAN HERINNERINGEN IN
DE POËZIE VAN JANA BERANOVÀ
door Ina
Stabergh
( © CINEAC TV 2002)
Na vele omzwervingen eind de jaren 50, kwam Jana Beranovà samen met haar
moeder, als vluchtelinge uit Praag in Nederland terecht. Zij studeerde economie in
Rotterdam en na een tijd werken in dat vak schakelde ze over op de literatuur.
Met haar herinneringen en “Tsjechische in hart en nieren” kon het niet anders óf zij
zou de geschiedenis van haar land opschrijven omdat “gedaan onrecht niet vergeten
mag worden...”
In 1978 publiceerde ze ‘Praag 21 augustus 1968/ Abel en Kaïn waren ook broers’,
een selectie van gedichten, liedjes en parodieën van liedjes, die kort na de Russische
inval in 1968, door vrienden uit Tsjechoslowakije werden meegebracht. Alle teksten
werden door Jana Beranovà vertaald en/of herdicht o.a. de gedichten van Antonin
Brousek, Vaclav Havel, Vladimir Holan, Alexandr Kliment en stukjes over Jan Palach.
Na de publicatie van ‘Praag 1968...’, het boek met uiteenlopende uitingen van verzet
tegen de dictatuur en de blijken van sympathie die Charta 77 mocht ontvangen,
bracht Jana Beranovà de dichtbundels ‘Geen hemel zo hoog’ in 1983 en ‘Rozemarijn’
in 1987. Ondertussen introduceerde zij in Nederland schrijvers als Milan Kundera,
van wie ze 7 romans en 1 bundel poëzie vertaalde, de dichter Nobelprijswinnaar
Jaroslav Seifert en Miroslav Holub.
In 1992 schreef zij haar prozadebuut ‘Nu delen wij een geheim’ over de
eenzaamheid van een kind, de eerste verliefdheid, doodgaan in den vreemde en
botsingen in het algemeen. Zij schetst hierin enkele fragmenten uit haar leven en dat
van haar ouders. Werkelijkheid en fantasie, heden en verleden schuiven moeiteloos
in elkaar.
De rode draad die door Jana's poëzie loopt, is tekenend voor een gedrevenheid die
de lezer dwingt om op zoek te gaan naar al haar werk, ook het vroegere.
In 1994 schreef zij haar ‘Hommage aan Jan Palach’ en in 1996 kwam haar derde
dichtbundel ‘Kiskassend gedicht’ met een fragment van het titelgedicht op de kaft:
Iemand keilt steentjes/een kiskassend gedicht,/de kleine meid kijkt toe vanuit het
riet en gedichten over actuele gebeurtenissen, oerthema's als dood en liefde en een
cyclus die ze in Tsjechië schreef toen ze daar was om de as van haar ouders te
verstrooien.

WEDERKEER

Tegen de lente geeft de aarde geur af.
De weide, op plekken bedekt met
opgedroogde halmen, is vol
verlangen. Hoogste tijd.

Ik tast in het biezen mandje.
Nee, niet uit het water opgevist.
Gevlochten wilgentakken waaraan ik
schommelde als kind. Tijdelijke kist.

Met gulle hand zaai ik het grijsachtige
zand. Stofwolken.
      Asvlokken.
             Stuifas.

Net stuifsneeuw, in het zonlicht.

Vader met zijn aardse aard zal wel de
zwaardere zijn. Jij zweeft en strijkt neer
als vogels op de schouders van Franciscus
van Assisi. Vederachtig licht.

Zo bezeer je je niet
aan de stekende strohalmen.

uit: ‘Kiskassend gedicht’ (1996)


Jana Beranovà is lijfelijk aanwezig in haar poëzie. Elk gedicht herbergt een verhaal
van minstens 100 pagina's rijkelijk met ‘beelden’ geïllustreerd. Zo staan ook de
heiligenbeelden langs weerszijden op de Karlsbrug. Achter hun rug kon zij zich vaak
verschuilen. De metafoor als toevluchtsoord om even niet te worden gezien. Jana is
bovendien de dichteres van de natuurelementen, aarde, hemel, rivieren zoals die ook
in de mens aanwezig zijn, nu eens rustig dan vol driften en geuren: In vers gras
vrijen/ om later/ veel later/ in de dood nog even/ na te geuren/ als hooi. Ook
elementen uit heiligen- en bijbelverhalen vind je in elke bundel. En wie traag leest,
kan de onderhuidse sensualiteit tussen de regels proeven.
Opvallend, indringend, vasthoudend om voort te lezen is elke openingszin van haar
gedichten. Enkele voorbeelden ter illustratie: Zoals de zon de vogelborst
verwarmt// De beeldhouwer hakt // In de kom van de stad ligt een oog// Je zegt
dat ik keihard ben// Met elke plukje haar dat losliet// We noemen haar
onvermurwbare rivier// Op zijn sterfbed zei hij dat er nog een halfbroer was//     
“Een woord of een regel valt je in. Zoals licht invalt, vroeg in de ochtend. Een
raadselachtige waarneming. Die regel roept een andere regel op, een kettingreactie.
De beelden staan met beide benen op de grond, maar ze moeten verrassen. Ze
moeten de lezer uitnodigen in die nieuwe wereld te stappen. Je loopt door de stad.
Bij het zien van een sculptuur met bronzen koffers, dringt die ervaring van vroeger
zich op. Poëzie is een cirkel. Je laat het verleden spelen in het heden en in de
toekomst...” Jana Beranovà

Altijd zoeken we het midden
en raken verstrikt in de
tafelrand. Maar het midden
brandt en slaat
vonken naar het weten

fragment uit het titelgedicht: ‘Tussen aarde en hemel’

In haar, tot nog toe, laatste dichtbundel las ik een gedicht dat mij recht naar
Auvers voerde waar Vincent Van Gogh zijn ‘Korenveld met kraaien’ heeft
geschilderd. Jana’s gedicht ‘Vrouw met korenveld’ is minder pessimistisch en eindigt
met een glimlach. Of is dat slechts schijn en kan je het vergelijken met de zon die
een heldere vriesdag mooier, maar ijziger maakt?

VROUW MET KORENVELD

Het dal heeft de hele zomer
in het koren gelegen almaar
met het gezicht naar de zon

Tussen het hoge graan
een korenbloem
zo uit de hemel gevallen

Een vrouw op houten bankje
in starre stilte voor de storm
verkent het ongeziene

Valt het fruit? Zingt de boom?

Zwarte kringen blinderen
haar zon maar haar witte
stok wrikt een regel los

raadselachtig als ochtendlicht

Wie het niet ziet
is de klos
               
uit: ‘Tussen aarde en hemel’ (2002)

In elke bundel van Jana Beranovà maak je kennis met een aantal door haar
bewonderde mannen, vrouwen en kinderen. Zij bedenkt ze met een gedicht: Miró,
Janacek, Rilke, Verlaine, voor voetballers en andere goden maar ook voor Omayra
Sanchez en Jan Palach.

PLEKJE OP OLSANY
   voor Jan Palach


Kale elzentakken flirten met grafzerken,
eenzaam als verstokte vrijgezellen. Winter-
licht valt op het plekje naakte aarde, niet
ver van de kerkhofmuur.

Ik ken zijn foto, de zachte jongenstrekken,
eenentwintig jaar, zijn toekomst legde hij
in de as (ofschoon geen zelfmoordenaar).

Ik weet de plek op het Wenceslasplein,
het vuur rende met hem mee, drong steeds
dieper in zijn huid. De oogleden weggebrand

doet zijn nacht voorgoed geen ogen dicht.

Met geheven vlam zweren kaarsen sindsdien
onze eed van trouw. Ook dat plekje op
Olsany. Het is weer lente. En wat voor één.
De elzen kijken hun katjes uit.

                       
uit: ‘Kiskassend gedicht’            

Jana Beranovà is een van de meest interessante dichters uit de lage landen. Dat haar
prachtige gedichten in Vlaanderen nog niet door een groter aantal poëzieminnaars is
gekend, ligt vast wel aan het feit dat zij niet van de ene praatstoel, met gekende
interviewers, in de andere, van radio en televisie, een plaatsje krijgt aangeboden
zoals Kopland, Komrij en Kouwenaar.
Ook omgekeerd gelden die normen. Vlaanderen zendt ook slechts drie zonen uit.
Bovendien houden de meeste camera’s niet van schrijvers. Van dichters nog minder.
Maar als poëzie niet naar buiten komt en er niet wordt over geschreven dan bestaat
zij niet.
Omdat ik haar bundel ‘Tussen de rivieren’ niet heb gelezen, omwille van het feit dat
ik deze niet in mijn bezit heb, nog een gedicht uit ‘Tussen aarde en hemel’:

GROOTSE DOOD

Eer zij mij zien
grif ik ze in mijn brein
het oog is toleranter dan het oor

ik tart ze niet
hoog op de rotsen waar ik neerkijk

op een roze vederzee

De zon kleurt met zijn blik
de flamingo's zwart
het meer legt luwte in hun trotse kop

en weerkaatst de zon
die tot tweemaal toe vergaat
benijdenswaardig groots

beide keren stipt op tijd

uit: ‘Tussen aarde en hemel’

Het is opvallend hoe in de cyclus ‘Dauwtrappend gooit de einder een balletje op over
de zon’ behalve een paar vraagtekens geen enkel leesteken de vrijheid van
interpretatiemogelijkheden in de weg staat.
Om te besluiten een herinnering uit Jana's kinderjaren in Praag. Op een feest
vertelde haar vader over een speciaal recept voor ‘Gevulde kameel’. Alsof hij dat
gerecht al vaak had bereid.
“Stop veel gekookte eieren in veel gekookte vissen. Met die vissen vul je veel
gekookte kippen. Met die kippen vul je een gebraden schaap. Dat schaap dient als
vulling voor de gebraden kameel.”
Het duurde vele jaren vóór zij de ironie van het verhaal begreep en wist dat haar
vader een ‘woordkunstenaar’ was.
Bij uitgeverij De Geus- Breda verschenen: ‘Hommage aan Jan Palach’, ‘Kiskassend
gedicht’, ‘Tussen de rivieren’ en ‘Tussen aarde en hemel’.
Haar prozaboek ‘Nu delen wij een geheim’ verscheen in 1992 bij uitgeverij Ambo te
Baarn.

(Deze tekst verscheen eerder in STROOM, nr.8, 2003 .  Website: http://users.pandora.
be/francois.vermeulen1/Stroom.htm)


(geplaatst op 12-04-2004)

terug naar boven
© 2002/ 2005 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje
Online zijn trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze site kan
best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.