BEN REYNDERS
         Leven met en voor de poëzie
                              door Christina Guirlande

"Achter de wolken/ verwaai ik (met hen)..." In deze versregel uit zijn laatst
gepubliceerde bundel "land van steen en zang", (Uitgeverij P, Leuven 1995)
verwijst Ben Reynders niet alleen naar de kosmische eenheid van alles wat leeft,
maar eveneens naar de relativiteit van mensen en dingen. Dus ook van de
poëzie. Nochtans is zijn hele leven een pleidooi voor de poëzie, die hij niet
alleen ziet als een vaardigheid of kennis, maar vooral als een levenshouding;
niet bekrompen of elitair maar met ruimte voor realiteit én droom; niet zomaar
"het werpen van letters op papier", maar een weg langs hete "sluikstorten in
taal" tot het "woonveld geluk".
Ben is pedagoog én dichter. Het kan niet mooier. Met "tederheid als stijl"
begeleidt hij kinderen en jongeren op hun zoektocht naar de kracht van de
verbeelding en beeldspraak, op hun ontdekkingstocht naar zichzelf en de
anderen, met poëzie als wapen tegen onverschilligheid, vervlakking en
vereenzaming.
Kenmerkend is de subtiele, begrijpende en geduldige benadering van het
ontluikende in elk van hen, want hij weet hoe "vonken overspringen", maar ook
hoe vlug ze kunnen worden gedoofd. Daarom vecht hij voor hen, als het moet
in tegentij, - en soms zelfs tegen windmolens-, met een vastberadenheid die zijn
legendarische glimlach niet altijd laat vermoeden.
Ben Reynders werd geboren op 21 maart 1945 in de suikerstad Tienen uit
Limburgse ouders. Ben volgt basisonderwijs in zijn geboortestad en rondt er
daarna zijn middelbare studies Grieks-Latijn af aan het Koninklijk Atheneum
waar zijn vader leraar Nederlands was. Ben heeft een uitzonderlijke verering
voor zijn vader van wie hij de taalgevoeligheid heeft geërfd en de liefde voor de
natuur en de mensen.
Die verering verzwakt niet na het plotse overlijden van zijn vader op 51-jarige
leeftijd, op een morgen bij het begin van een klasdag, integendeel.
In een gedicht uit de bundel "Opwachting" van 1979 kijkt Ben terug op die
noodlottige morgen:
Zelfs in veel later ongepubliceerd werk is de vaderfiguur dikwijls aanwezig,
scherp getekend als een foto, zichtbaar en tastbaar bijna:

dit is de tijd van de spin:
in elke hoek hangt herinnering
geweven... zo denk ik opnieuw
aan 30 november 60, toen jij
onschendbaar hulpeloos ineens vermist
bleef, nadat je sterk van bezinning
en werk ontbeten had met ons...
vreemd hoe vertrouwd
je blik me na
al die jaren
is gebleven:
ogen die in
hun opslag nog
steeds naar je wenkbrauwen
klimmen
en in gebed
tussen luisterrimpels
hoorzaam
hun glans dimmen
en klaar kijkend
en diep lichtend
door me heen me
mee zijn gegeven.

In een ander, eveneens ongepubliceerd gedicht, typeert hij het innemend,
begrijpende karakter van zijn vader wiens woorden nooit "een uitslaande vlam"
waren, maar wel "glooizaam vuur" dat op de anderen "oversprong".
In een fragment uit een artikel verschenen in de "Pedagogische Bijdragen"
(nr.96,1990), lezen we: "Telkens wanneer ik het woord leraar hoor uitspreken of
het lees, buigt mijn gedachtestroom af en blijft even staan bij Papa. Al was ik
maar vijftien, toen hij overleed, het beeld dat hij ons heeft gelaten, biedt een
buitengewoon binnenzicht op het leraarschap. Papa had een uitzonderlijk
observatievermogen (...) In zijn notitieschriften vonden we beknopte
aantekeningen over de ontwikkeling van zijn leerlingen. (...) Hoeveel malen is
hij gaan luisteren en gaan praten met ouders om hen op weg te helpen naar meer
dialoog. Hoe dikwijls kon hij naderhand niet vertellen dat beide generaties
elkaar met een zucht van opluchting hadden herontdekt... Bij zulke interventies
viel ons telkens weer op met welke eerbied hij stond tegenover zowel zijn
leerlingen als hun ouders. " Dat Ben zich toen, alsvijftienjarige, al had
voorgenomen de lijn door te trekken en het voorbeeld van deze markante en
enthousiaste leraar te volgen, blijkt uit volgend gedicht:

het punt dat zo plots
en ingrijpend
achter jouw tekst
was geplaatst,
leek velen een streep
door allerlei
rekeningen,
stop gedaan.
en toch werd
het onverwacht
de start van een
levendige lijn
tussen ons:
een dubbele
punt open de
aanhalingstekens.

Van zijn moeder, die pianiste is, krijgt hij de begaafdheid voor muziek mee. Hij
behaalt zelfs een regeringsmedaille voor cello.
De gevoeligheid voor taal en muziek bezorgen hem en zijn jongere broer zonder
twijfel een heerlijke, gevulde en geborgen jeugd. Geen wonder ook dat Ben als
student blijk geeft van een ruime algemene belangstelling en een voor zijn
leeftijd opvallend uitgebreide cultuur.
Na de humaniora studeert Ben Reynders twee jaar aan het Johannes XXIII
seminarie te Leuven. In 1969 behaalt hij daar aan de Katholieke Universiteit het
diploma van licentiaat in de Wijsbegeerte.
Net als zijn vader stapt hij in het onderwijs. Met zijn vrouw Machteld
Verstraeten (regentes Nederlands-Frans en licentiate Germaanse Filologie)
vertrekt hij naar Congo om er aan de Ecole Normale Supérieure Saint-Joseph te
Soa-Leverville de vakken psychologie, pedagogie, filosofie, didactiek,
aardrijkskunde, esthetica en biologie te onderwijzen. Een hele opgave die hij met
de gedrevenheid van een ontwikkelingshelper vervult.
Zijn Congolese jaren inspireren hem tot enkele suggestieve en vitalistische
gedichten:

oranje springt de zon
vanachter zwartgelegen
bananeblaren op, springt
al naar de laagste lianen
(...)pletsend bij steltwortels
en afstrooms verborgen fuiken
juicht ons lichaam zich naakt,
ontwaakt uit onmacht en angstdroom,
weer blij met elke spier,
weer pratend door elke porie,
weer vlot gespeeld door wind
en water, weer vloeiend in licht.
(Uit: Opwachting)

Bij de terugkeer naar het thuisland vier jaar later, is het gezin verrijkt met twee
kinderen. Van leraar in Congo wordt Ben Reynders in 1974 directeur van de
Vrije Secundaire Handelsschool te Merchtem waar het gezin zich gevestigd
heeft.
Ben is een bereisd en belezen man en begaan met zoveel en zovelen. Elke
gelegenheid neemt hij te baat om bij de leerlingen, dezelfde belangstelling op te
wekken voor de onschatbare culturele rijkdom en voor het grootse, maar vooral
het kleine in de natuur, net zoals zijn grote voorbeeld het deed.
Dat "kleine" vormt de inspiratiebron van enkele fijnzinnige gedichten, zoals
bijvoorbeeld "ereprijs":

waarheen de zomer
me ook wil leiden,
jou kom ik tegen
even terzijde
of achterwege,
licht en bescheiden,
bijna verlegen
over de wijde
bodem gelegen...
(Uit :"Land van steen en zang")

In 1984 ruilt Ben zijn directeurspost voor gedetacheerd stafmedewerker bij het
Vlaams verbond van Het Katholiek Onderwijs en wordt redactiesecretaris en
hoofdredacteur van het leerkrachtentijdschrift Pedagogische Bijdragen. In dit
tijdschrift reikt hij heel wat pedagogische suggesties aan over o.a. opvoedkunde
en didactiek, literatuur voor de jeugd en voor volwassenen, schrijft bijdragen
over films, over pastoraal, en vanzelfsprekend over poëzie en poëziebeleving.
Later zal hij over dit laatste onderwerp, samen met enkele medewerkers,
brochures publiceren ten behoeve van het basis-, en het sedundair onderwijs
(ook beroeps en technisch), o.a. : losse blaadjes in een glazen doos, Al dat
buitengewoon geluid, Met veertjes van vrede, Veel te mooi om nog te kunnen
zwijgen (pakket met 1120 gedichten, gerangschikt per leeftijd, voor direct
klasgebruik), enz.
Ben Reynders wordt vooral bekend als het hart en de bezieler van Jeugd en
Poëzie Soetendaelle, gegroeid uit het Comité van de Jeugdboekenweek. In de
nu eenentwintig jaar jonge Wedstrijd voor Poëzie worden elke jaar
tienduizenden gedichten beoordeeld van kinderen, jongeren, en van jonge
volwassenen die ooit als kind hun eerste versjes hebben ingezonden en zijn
blijven schrijven, onder aanmoediging en begeleiding van Ben en zijn
medewerkers. Enkelen onder hen hebben intussen één of meer eigen
dichtbundels gepubliceerd en zijn flink op weg om zich een stevige plaats te
veroveren in het Nederlandstalige literaire landschap. Al deze jonge mensen
krijgen van Ben hun ter lezing ingestuurde gedichten terug met daarop steevast
enkele aantekeningen in groene inkt, waarmee hij hen wegwijs maakt in de
wereld van de poëzie. Het zijn nooit belerende of betweterige aanmerkingen,
maar eerder een suggererend aanbieden van mogelijkheden, aanvullingen of
wijzigingen.
De belangrijke doelstellingen van Jeugd en Poëzie zijn trouwens: het
aanmoedigen en ondersteunen van kinderen, tieners en jonge volwassenen in het
schrijven van persoonlijke poëzie; het naar buiten brengen van de meest
geslaagde gedichten onder de vorm van optredens in bibliotheken, academies en
scholen en van publicaties in verzamelbundels, (58 tot hiertoe, enkele titels zie
verder); het organiseren van een jaarlijkse poëziewedstrijd voor kinderen,
tieners, jongeren en jonge volwassenen tot 30 jaar. Voor de
Soetendaellewijdstrijd worden elk jaar tienduizenden gedichten
ingestuurd uit alle Vlaamse provinciën, uit Brussel, Wallonië, Nederland en
andere landen. In 2000 (recordjaar) niet minder dan 79.049 gedichten van
ongeveer 11.876 deelnemers.
Elk jaar opnieuw wordt een hele schare Nederlandstalige dichters bereid
gevonden om mee te helpen jureren. Zeker geen eenvoudige klus!
De bekroonde gedichten worden opgenomen in drie bundels van ruim 140
gedichten per leeftijdsgroep. Hieruit worden de mooiste gedichten
voor de verzamelbundels. Enkele recente titels:

- Strikjes in de struiken, gedichten door kinderen, 1994, Davidsfonds
- Te weinig handen om te wuiven, poëzie van tieners en jongeren,1996,
Bakermat
- Je ogen spreken, gedichten van kinderen, tieners en jonge volwassenen over
verdraagzaamheid, 1996, Bakermat
- Kruimels op de vloer, gedichten van jonge volwassenen, 1998, Bakermat
- Ruik je de bloemen in mijn woorden, gedichten van kinderen, 1999, Bakermat
- Met veelvouden elkaar omsluiten, gedichten over vriendschap en liefde, 2000,
Bakermat
- God, wat ben jij toch verstrooid, poëzie met religieuze inslag, 2000, Licap
- Ik heb jouw zee van tijd, bekroonde gedichten van kinderen en jonge
volwassenen uit Vlaanderen en Nederland in de Poëziewedstrijd De Gouden
Flits.
Deze wedstrijd werd in het leven geroepen door Jeugd en Poëzie Soetendaelle
en Doe maar Dicht Maar uit Nederland. De prijsuitreiking heeft jaarlijks plaats
in november, in De Brakke Grond te Amsterdam.
Voor zijn poëzie-ateliers doorkruist Ben Reynders het hele Vlaamse land. Hij
geeft ook voordrachten over poëzie, richt driedaagsen in waar de poëzie en het
ontdekken en respecteren van elkaar centraal staan. Kortom, hij missioneert
voor een levenswijze met blijvende waarden, het enige alternatief tegenover de
wegwerp- en pulpcultuur.
Van zijn bekommernis om de ander, van zijn vaderlijke aanpak en benadering
geeft hij blijk in tal van artikels in behalve de Pedagogische Bijdragen ook in
o.a. Brug (het ledenblad van de Vl. Confederatie van Ouders en
Ouderverenigingen), Caleidoscoop, Forum, Nova et Vetera, Rondom Gezin,
(tijdschrift voor Gezinspastoraal), Vonk en Openbaar
(leesbevorderingstijdschrift van het Kath.Centrum voor Lectuurinformatie en
Bibliotheekwerk).
Ook de film boeit hem uitermate. In verschillende filmtijdschriften publiceert
hij tal van degelijke filmbesprekingen, o.a. in: Film en Televisie + Video (Kath.
Filmliga), en in CineMagie mediafilm (tijdschrift voor Beeldcultuur en
Filmkunst).
Persoonlijk zal ik mij altijd het urenlang gesprek met Ben blijven herinneren
over de filmtrilogie "Trois Couleurs- bleu, blanc, rouge" van de cineast
Kieslowsky, op een avond na een juryvergadering voor Jeugd en Poëzie. Het
late uur had niet de minste invloed op zijn gefundeerd en ge-animeerd betoog,
noch op zijn aanstekelijk enthousiasme.
Over dit drieluik publiceert hij trouwens een uitgebreide brochure (met J.
Segers). Ook over de film "La Promesse" schrijft hij een uitgebreide studie,
samen met zijn echtgenote.
Door de overvloed aan activiteiten waar hij zich zonder uitzondering
zijn energie voor inzet, wordt zijn persoonlijk dichtwerk altijd opnieuw nar het
achterplan verschoven. Zoveel ongebundelde en zelfs ongepubliceerde
gedichten worden in mappen verzameld en opgeborgen. Geen tijd om ze te
sorteren of te bundelen. Dagelijks brengt de post gedichten van jonge mensen e
ndie gaan voor. Tussen 1975 en 1995 worden slechts drie dichtbundels van zijn
hand gepubliceerd: Gang (Yang,1975), Opwachting (Yang,1979), en land van
steen en zang (Uit. P, 1995).
Zoals elke diepzinnige poëzie vragen de gedichten van Ben Reynders een
inspanning van de lezer. En zijn ze toch eenvoudig, dan lijkt dit alleen maar zo.
Achter die schijnbare eenvoud zitten dan gegarandeerd dubbele bodems
verborgen.
Wat schrijft hij zelf over poëzie:

laat letters zich lenig
tot hun laatste vezels
openrekken onder onstuimige vlagen,
laat woorden wapperen
van hardhouten masten
naar adembenemend
rimpelende verten...

In zijn gedichten stelt men enkele opvallende stijlkenmerken vast. Zo gebuikt
hij zelden of nooit hoofdletters, plaatst weinig of geen punctuatie waardoor de
meerzinnigheid van sommige woorden benadrukt wordt en aandachtig lezen en
herlezen is vereist, voegt spitsvondige nieuwe woorden toe die getuigen van
grote taalgevoeligheid en van métier. Enkele voorbeelden:
gevaarlijk onaanpastbaar; slippend over een banaangeschil; en terwijl hij met
hààr stem door / kinderen en verzen wordt bespraakt, / spreekt zij in sussend
tederlands; of stroomafwaarts, enz. De voorbeelden zijn legio.
Al jaren ondertekent hij zijn gedichten met en ben (geen hoofdletter!)in plaats
van met Ben Reynders, en ben betekent al de anderen; zijn leermeesters op
wiens voorbeelden hij verder teert, de mensen met wie hij leeft en die zijn
gedachte- en gevoelswereld mee hebben gevormd, de jonge mensen die in hem
hun vertrouwen stellen, plus Ben zelf tenslotte.
Hij is ook bekend om zijn consequente levenshouding. Zo mijdt hij de auto en
neemt de fiets: naar zijn werk te Brussel, van Brussel naar ontelbare scholen in
het Vlaamse land, naar juryvergaderingen, poëzie-avonden, besprekingen,
optredens, enz. En dit in winter en zomer, onder een staalblauwe lucht of bij
stormweer, bij nacht en ontij. Alles goed voor ongeveer drie keer de omtrek van
onze aardbol!
Onderweg neemt hij elke gelegenheid te baat om indrukken op te doen, waarvan
de neerslag achteraf te lezen is in gedichten als :

winterscherp heeft schemering
happen gehaald uit hagen
en perken die net voordien nog
heel afstandelijk lagen,
met koudvuur heeft de avond
zich in villa's gebeten,
dubbelgarages en toegangsportieken
aangevreten
en opgeslorpt tot vage
achtergronden voor het licht
dat vensters hier tot hun lijsten
vult met zijn nabij gezicht
van warmte in huizen waar
ik het eten ruik, de strijk
raad en de kinderen samen
heb zien spelen in de wijk
(Uit: Land van steen en zang)

Ben Reynders en zijn legendarische fiets... Ze zijn onafscheidelijk. Toen op 25
februari 2001 de mare van zijn onverwachte overlijden de ronde deed, dachten
zijn vele vrienden en kennissen logischerwijze aan een verkeersongeluk. Ze
hadden het fout. Ben, die voor alles het juiste woord wist, vertrok zonder één
woord, op het ogenblik dat hij voor de kinderen over de Bergrede zou vertellen.
Hij liet een verslagengezin en veel vertwijfelde vrienden achter, een grote
schare verweesde jonge dichters én een omvangrijk levenswerk.
In een gedicht uit "Opwachting" laat hij ons lezen: " in mijn geweten, dit laatste
veld / vanwaar ik schrijven moet met grote haast, / wordt de schepping van de
wereld versneld: / eindelijk schijnt nu een tijd gemeld / die, zacht als dat nog
kan, hard als het hoeft, / het hebben en heersen heeft uitgeteld ...En in zijn
laatste bundel van 1995 schrijft hij : "ik wil ook wel / aanmeren/ maar laat ons
/voortijlen...
Willen aanmeren maar toch voortijlen, met grote haast. Het zijn bijna
profetische woorden. Een hele groep medewerkers zetten zich nu met vereende
krachten in om zijn werk verder te zetten, en dat is geen sinecure:
poëziebegeleiding en - beoordeling, poëziewedstrijden en - manifestaties,
selecteren uit de duizenden inzendingen, sponsoring, medewerking aan literaire
publicaties vooral over poëzie, enz. Pas nu wordt het duidelijk hoeveel werk
Ben Reynders dag en nacht heeft gepresteerd. Daarom ook is het zo goed als
onmogelijk over Ben in de verleden tijd te schrijven of te spreken. Hij blijft
aanwezig, vooral in de poëzie van zijn jonge mensen aan wie hij de "vonk" heet
overgedragen, in het werk van zovelen die hem voorgoed schatplichtig zijn. Als
eerbetoon gaf K.C.L.B. in samenwerking met Bakermat Uitgevers een
hommagebundel uit, onder de titel "en ben". Het is een uniek boek, prachtig
geïllustreerd door Saskia Vanderheyden, met vooral veel gedichten. Omdat de
inbreng van Ben Reynders zo belangrijk was en is voor de poëzie, wordt hem dit
jaar ook door Symbiose in Vlassenbroek een ereplaats toebedacht, als ultieme
dankbetuiging opdat de herinnering aan zijn boeiende persoonlijkheid en aan
zijn onschatbaar werk met de tijd zou
"verwaaien achter de wolken".

terug naar boven
© 2002/ 2004 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje
Online zijn trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze site kan
best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.